Categorie archief: Vriesvonk

De nieuwe ex-collega

De nieuwe voelt zich meteen thuis. Hij is dan ook goed, en heeft bakken ervaring. Overal heeft hij alles veranderd, overal was hij de beste. En nu komt hij ons vervoegen.

Hij trekt zijn sigaret in twee teugen op, en gooit de peuk nonchalant in de asbak. Waar moeten we zijn voor het nieuwsjaarsetentje?
Ik rijd hem voor naar het restaurant, we zitten schuin tegenover elkaar. Hij voert het hoge woord, maar veel diepte hoor ik niet. Een vijftal uur later staan we samen buiten op de pui. Hoe hij ons bedrijf vindt? Goed zeker, beetje braaf, beschaafd eigenlijk, hij houdt meer van actie. In de drank vliegen met collega’s, en daarna nog uitgaan met de bende, zo van die dingen. Niet zozeer een receptie en dan op restaurant, neen.

We vertrekken ongeveer gelijktijdig. Aan de verkeerlichten tien kilometer verderop zie ik zijn Mercedes’je. Ik herken het aan de blauwe mindervaliden sticker linksonder op de achterruit. Niet dat hij iets mankeert, maar die sticker heeft hij ooit ergens achterover kunnen drukken. Scheelt hem nogal wat qua zoeken naar parkeerplaats. Aanrader, moet je zeker ook doen, zo’n sticker kleven.

Ik ga achter hem staan. Dan gaat zijn raampje open. Het lege pakje Marlboro maakt een mooie scheervlucht en belandt midden op de snelweg. Het licht sprint op groen, en hij scheurt er vandoor. Ik denk niet dat hij mij herkend heeft.

Hij wordt mijn nieuwe ex-collega.
(wordt vermoedelijk wel vervolgd)

Advertenties

Boem! Ethisch reveil

Onze pre-sales afdeling (de volle twee werknemers) hielden hun wekelijks uurtje stand van zaken.

Nou bij mij liep het als een trein: acht nieuwe demo’s versierd! Alleen zit ik toch wel met een ethisch probleem.
De andere kijkt vreemd op: Hey! Dat treft. Ik zit ook met een ethisch probleem! Doe jij maar eerst.
Wel euh, ik heb een demo gescoord bij een bedrijf dat kogels verkoopt… Ik weet niet goed of ik er op moet in gaan. En jij?
Mijn demo is bij FN Herstal…

Over mijn duizelingwekkend EQ

Paul is terug van verlof. Onze verloven sloten op elkaar aan en daardoor hadden we elkaar al     meer dan vijf weken niet meer gezien.

Dus dan doe je vlug rondje vraag en antwoord (wij zijn mannen, bijpraten kan op driekwart         minuut, dat komt door onze duizelingwekkend hoge Emotionele Intelligentie).

– En?
Hij-niet weg geweest. Ik-niet weg geweest.
Hij-regenregen, maar toch beter dan hier, haha. Ik-van-‘t-zelfde, hahaha.

– En? Hoe is het hier nog geweest tijdens mijn verlof? vraagt hij.
– O, alles onder controle. Puntje a dat jij zou doen, heb ik zelf gedaan, viel eigenlijk best mee. Puntje b, wel dat heeft die Roemeen gedaan, via Skype ging dat heel vlotjes. Puntje c dat jij zou doen heeft die Roemeen ook zonder problemen overgenomen, en dat vierde dingetje is ook onderzocht, verwerkt, opgestuurd en zelfs al verkocht. Fluitje van een cent.
Alles onder controle dus, geen enkel probleem, alles draait als een lier.

In mijn enthousiasme over de goede gang van zaken, merk ik niet dat hij tranen in de ogen krijgt.
Net voor zijn verlof is Paul ontslagen. Nu moet hij nog een drietal maanden opzeg uitdoen.
Het laatste wat hij wou horen was wel dat alles ook zonder hem gesmeerd liep.
Ik voel mijn EQ duizelingwekkend dalen tot tegen mijn schoenzolen.

Chinees op sterk water

Hij zat er weer. Of liever, hij zat er nog. Dertien en een half jaar geleden, zoiets ongeveer, was ik er voor het laatst. Hij was het die me toen een prettige reis toeknikte.

Hij was helemaal uit mijn memorie gewist, tot ik hem nu, veertien jaar later, opnieuw ontmoette: mijn chinees. Op dezelfde plaats, met hetzelfde hemd aan, diezelfde hondenogen, diezelfde minzame hoofdknik. Alleen door zijn haar zitten nu grijze strepen, terwijl het vroeger onvoorstelbaar zwart was.

Ik moest een klant bezoeken in Brussel vlakbij de Wetstraat. Omdat de trip ‘werk-klant en terug’ ondoenbaar is met de trein, moest ik nog eens door Brussel laveren met mijn versleten slagschip, oliespuwend en benzinebrakend, alle noeste fietsers onderweg vergiftigend.

parking loi

foto gepikt van Tom Cuppens

Dat vind ik niet eens zo erg, toch niet als het echt hartje Brussel is: Wetstraat, Pachecolaan, de tunnels van de Botanique, hoe lelijker hoe liever ik het daar heb. De eerste jaren van mijn -ahum- carrière heb ik er gewerkt. Heimwee om lelijkheid, ik had het vroeger al. Maar nu dus niet.

Ik hoest mezelf de Brusselse tunnels door, en rijd daarna de ondergrondse parkeerslang binnen op het einde van de Wetstraat. Normale mensen moeten er parkeren op verdieping min 3. Na een kwartiertje twijfelen kies ik dan ook maar voor de min 3. Het werd nog een hele toer om mijn Toyota tussen twee Mercewees te prakken. Maar het lukte.

De vergadering begint en eindigt en na anderhalf uur gezwam kan ik naar huis.

In de parkeergarage ga ik vruchteloos op zoek naar een parkeerticketfrankeermachineofhoemogendiedingenookheten. Ze staat niet op 0, niet op -1, de -2e verdieping ontbreekt precies, en op -3 staat ze ook niet.

Een vriendelijk maatpak weet me te zeggen dat hier alles nog manueel gebeurt. Je rijdt naar buiten, en als je het licht ziet, staat er een hokje, een beetje vergelijkbaar met de payage in Frankrijk. Daar zit dan een paysan die je precies weet te zeggen hoeveel je beurt kostte.

Je gooit je kaartje en je geld in een tweezijdige schuifla, hij vervangt dit door wisselgeld en een recuutje en de slagboom gaat omhoog. Terug vrij!
En in dat hokje zit hij dus nog steeds, mijn chinees, in dat donker hol vol dieseldampen en hard TL-licht.
Onaangetast, na veertien jaar nog steeds diezelfde hondenogen en diezelfde minzame hoofdknik.
Alleen door zijn haar zitten nu grijze strepen.
Door dat van mij ook.

Ik voel een droeve snik opwellen.