Categorie archief: Uncategorized

De nieuwe Beatles zijn een feit

Ze hebben op het werk ontdekt dat ik in mijn vrije tijd liefhebber in muziek.

– O, maar jij bent ook muzikant? Dan kom je toch gewoon over de middag meerepeteren met ons groepje. Het is in de kelder en we komen onregelmatig samen op woensdag.
– Je hoeft niet zo muzikaal te zijn, dat zijn wij ook niet. Het is gewoon maar een beetje jammen.
– Maar wij kunnen dat ook niet zo goed, wij kunnen zelfs geen noten lezen, en jij wel? Welaan, zie dan.
– De eerste paar keren is dat wat zoeken, maar we spreken een toonaard af, en dat lukt wel.
– Je speelt toevallig toch geen bass, want we zoeken nog een bassist.

En zo ga ik dus morgenmiddag meejammen met de Telecom Ext Band.
De bezetting is: drums, drie guitaren en nu ook één klarinet.

Wat is kunst? Wim Delvoye?

Wat is kunst?
In de reeks – laten we eens een discussie op gang trekken waar we niet zullen uitkomen-. Welja, waarom ook niet?

Wat is kunst? Kunst is voor mij: een bewuste expressie van iemand die we achteraf kunstenaar noemen, en zijn uitdrukking raakt je. Of je het nu mooi vindt, of afschuwelijk lelijk, of slim of choquerend, dat is minder belangrijk, het moet je raken.
Althans, zo zie ik het.
Meuris placht met Noordkaap te zingen: Wat is kunst? Wat is kunst? Die blik in je ogen: dat is kunst.
Wel, heb je bestudeerd hoe je wou kijken, en heb je dan bewust zo gekeken, dan kan dat kunst zijn. Anders is het biochemie.
Reflexie van zon op oogbal doet oogvocht glinsteren. Blinkende schittering stuurt visuele prikkel via oogzenuw naar hersencentrum van de man. Zenuwstelsel wordt geactiveerd, bloedtoevoer bijgestuurd en piet komt recht.
Ook leuk, maar geen kunst.

Daarom zegt Wim Delvoye me niet veel. Hij is me te steriel. Nochtans zou hij een voetje voor moeten hebben want hij is afkomstig van waar ik opgroeide. Ik kende hem nog van vroeger, van toen hij nog Delvooje heette en niet Delvwa.
Maar toch. Zijn Cloaca of kakmachine, zijn vogelhuisjes in SM-leder, zijn voetballendoelen met glas-in-loodraam, getatoeëerde varkens,… voor mij blijven het ideeën, maar pakken doen ze me niet.
Het idee is genoeg, je hoeft het niet meteen te zien. Het zien voegt niks toe. Je neemt twee concepten die elkaar een beetje tegenspreken: steen is hard/rots is hard, knuffelberen zijn zacht en dan maak je een rots in knuffelberenstof of je maakt een knuffelbeer in marmer. Tof idee, misschien nog wel leuk om te zien, maar daar houdt het op. Voor mij toch. Dus Delvwa, mwwa mmwa.

§§§

Ik wandelde door een ettergat van Brussel, niet zover van de puist van Koekelberg. Gewoon wat mist weghappen. Muizenissen uit de kop laten waaien tijdens de middagpauze. Struinen door Schaarbeek, Sint-Joost-ten-Node, Brussel-Noord.
Brussel plakt. Zoals ook Antwerpen plakt.
Antwerpen plakt als een opengetrapte suikerspin, of als gesmolten stroopwafels op de stoep.
Brussel plakt als een klodder mayonaise in een achtergelaten frietbakje, als een veeg kipcurry op een servet, als ranzige looksaus in de goot.
Vies en vuil met herinnering aan lekker.

Doelloos liep ik straat in, liep ik straat uit, in de etalages kijkend naar mijn ongeschoren kop: café Volga, chez Sotiri. Twee kortgerokte, hooggehakte dames roken op een hoek. Ze vangen mijn blik. De donkere fluit naar me. Brussel-Noord, waar tippelen nog een kunst is. Ze praten geen Oostbloks dialect maar Portugees. Ik probeer me te oriënteren op de torens, niet van kerken hier maar van kantoorkazernes. Ik draai links, ik draai rechts en plots sta ik oog in oog met een… ja wat is het?
Ik denk iets gotisch, iets enorms, iets afvallerigs maar toch precies toch sierlijk, bekend van postuur maar nieuw van invulling. Roest, ijzer en teder. Een betonmixer van kantwerk kortenstaal. Ik sta voor de Cement Truck van Wim Delvoye.
Ik loop ernaartoe en eromheen. Ik kan er mijn blik niet vanaf houden. Het is mooi, zeer mooi, adembenemend mooi, sierlijk en robuust, het is… kunst.

Van Wim Delvoye. Jaja.

Cement mixer - Wim Delvoye - Hooimarkt Brussel

Cement mixer – Wim Delvoye – Hooikaai Brussel

Cement mixer - Wim Delvoye - Hooimarkt Brussel

Cement mixer – Wim Delvoye – Hooikaai Brussel

Cement mixer - Wim Delovye - Hooimarkt Brussel

Cement mixer – Wim Delvoye – Niet de Hooimarkt Brussel

 

Veiling van verdriet

Tafereeltje op de veiling.
Twee wanden van de zaal worden volledig ingenomen door rommel. Antiek volgens anderen. Volledige zolderkamers zijn leeggemaakt, oud kinderspeelgoed werd aangesleept, kelders uitgekamd en alles wat nog enigszins niet naar de verrotting rook, werd aangebracht voor de grote rommel- en antiekveiling ten voordele van onze vereniging.

Op een podiumpje vooraan stond Joost, voor de gelegenheid tot veilingmeester uitgeroepen. Wij sleepten de loten aan en hij prees de waar aan:
Een set van vijf verschillende potten Tupperware: we starten met 1 euro. Wie biedt er een euro. Een euro voor de meneer hier vooraan, wie biedt er meer, wie verdubbelt dit bedrag, Twee euro voor de mevrouw in het midden, twee euro voor de mevrouw in het midden, niemand meer dan twee, drie euro voor de meneer vooraan, vier, vijf, zes euro voor de meneer aan de zijkant, zes euro, niemand meer dan zes euro, niemand, zes euro voor deze set tupperwarepotten, zeg dat ze kapot zijn en je krijgt er nieuwe, niemand meer dan zes euro? Verkocht voor zes euro aan de meneer aan de zijkant.

En zo passeerden dozen vol keukengerei, etsen in chinese inkt, tinnen schotels, delfts blauw van de BP, oude prentenboeken en eightiesklokken de revue.
Ze werden aangedragen, geshowd, aangeprezen, afgeklopt, betaald en ingeladen. Joost deed dit goed.

De veiling ging zijn gangetje en toen kwam lot 53 aan de beurt. Een zak met daarin 10 DVDs van kinderfilms en nog een aantal videobanden. Ik neem er hier eentje uit, voilà: de kinderprinses. We starten met 1 euro, wie biedt er een euro?

Naast me staat een klein meisje, hooguit 9, misschien 10 jaar mee te kijken.
O, papa, ik heb die film ook, hé papa, ik heb die film ook, maar… PAPA! Dat zijn mijn films, EEEE, niet doen, papa dat zijn mijn films.
Rustig meisje je vond ze flauw, je wou er toch niet meer naar kijken.
EEJ, maar papa!

Joost gaat onverstoord verder: 3 euro, niemand meer dan 3 euro, vier euro heb ik hier, vier euro heb ik hier, vier euro, niemand meer? De DVDs gaan voor vier euro naar de meneer hier links vooraan.

De zak met video’s en DVDs worden overhandigd aan een opkoper in grijs kostuum en met witte baard. Hij heeft naast hem al een hele stapel staan van aangekochte rommel of antiek.
De meneer lacht in zijn grijze baard als hij de DVDs aanneemt. Hij diept 4 euro uit zijn zakken, geeft het aan de rondbrenger en zwaait dan naar het meisje: Hierzie meisje, zegt hij, je krijgt ze van mij.
Waarop het meisje prompt weer lacht, en haar eigen DVDs streelt en koestert alsof het de grootste schat ooit is die ze zopas heeft gekregen.

Homo met terugwerkende kracht

Ze stond naast me lekker te ruiken.
Mooi was ze ook, maar het was toch vooral haar reuk die me opviel.
Een vleugje sinaas, diep bedwelmende bloemen, een hint van zeem. Subtiel allemaal, maar toch intens.

Op slag was ik rustig, maar vreemd genoeg ook een beetje nerveus.
Ik werd teruggesmeten in de tijd, naar 1989, 1990, naar een groot houten tuinhuis, met blauw tapijt op de vloer.
Die barak was een aanbouw (of een voorbouw zo je wil) van een groot magazijn waarin een winkel was gehuisvest : Electro Vanderstichelen, ondertussen al lang naar de eeuwige champs magnétiques verdwenen.

In de winkel kwam ik zelden tot nooit, ik kwam voor de barak.
De barak was namelijk de CD-winkel.
Het leeuwendeel van mijn spaarcentjes: verjaardagsgeld, nieuwjaarszakcentjes, afwasgeld (ik was meesterafwasser in theehuisje Sint-Maarten, jawel) gingen op aan blinkende schijfjes.
Veel geld had ik niet, zakgeld was iets voor rijke kinderen, ik geraakte met schrapen en smeken hooguit aan 650 frank per maand. Maar dat was net genoeg om een CD te kopen bij Vanderstichelen.
De goedkoopste winkel, kilometers in de omtrek. In Kortijk was het -stel je voor- wel 799 frank voor een CD!

Om de twee weken zette ik mijn fietsje tegen het tuinhuis, cijferslot erop: 499 was de code, later 258, en dan ging ik de hele winkel af, beginnende bij de A en eindigend bij de Various Artists. Het was niet zo’n grote winkel.
Dat was als ik geen geld had. Als ik er wel had, dan deed ik eigenlijk precies hetzelfde, maar nam iedere CD die ik echt wou, uit de rekken en aan het eind was het kiezen: welke zou ik meenemen? En misschien kon ik er wel twee, als ik zo’n goedkope uitgaves nam van classic albums.
Een beetje nerveus was ik toen, een aangename opgewondenheid, maar ook een grote tevredenheid. Een apart gevoel.

De uitbater was een donkerharige man, heel netjes gekapt altijd, van begin dertig denk ik. Tot vanmorgen was hij volledig uit mijn geheugen gewist, maar nu zie ik hem opnieuw staan: witte broek, suede schoentjes, lichtgroene sweater, een zacht gezicht, zachte stem en hij rook naar sinaas, diep bedwelmende bloemen, een hint van zeem.
Toen heb ik er geen seconde bij stil gestaan, maar nu, met terugwerkende kracht denk ik, weet ik: hij moest homo geweest zijn. En pas op, duiken nu! Er komt een girafhoog cliché aangescheerd:
Dat verklaart ook meteen waarom er altijd een cd’tje van ABBA opstond.

Stijlvol feestje

Gisteren, of neen, vrijdag ben ik naar een stijlvol feestje geweest.

Het was het verjaardagsfeestje van:
het lief van de ex van de broer van de ex van het lief.

Voilà, als stijlfiguur kan dat nogal eens tellen, niet.

Vinnig met vis

Het gevecht vond plaats in open water. Zestien graden, maar wel veel stroming.

Hij probeerde me buiten westen te meppen met een slag van zijn machtige lichaam. Ik las bijtijds zijn blik en dook onder het gevaarte door om uit de actieradius van zijn reuzenstaartvin te komen. Hij keek mijn manoeuvre grijzend aan en gaf me daar een lap boven op mijn kop. Met de staart, horizontaal.
Ik duizelde naar beneden, bewusteloos. De walvis liet de boel de boel en zwom al neuriënd van “Vicious” naar ongekende oorden.

Ik zonk dieper, steeds dieper. Ademhalen werd onmogelijk, ik kreeg water binnen, verslikte me en word hoestend wakker.
Nog bijkomend van mijn zee-avontuur laat ik de film van het gevecht aan me voorbijtrekken. Het was nochtans een goeie beweging van mezelf vond ik.
Hoe heeft die drommelse vinvis me dan op de kop kunnen meppen?
Zou dat nou dat…?

Inderdaad, Prof. Dr. Luc Bouwens bracht redding. Zeezoogdieren hebben een horizontale staart, vissen een vertikale.
En hoe kan dat eigenlijk dat ik dat niet weet tijdens mijn droom, en die walvis wel?

Ringtoongevecht

Ik heb een gsm.
Ik kan er mee bellen en mee sms’en.
Ik kan zelfs een eigengekozen geluidje laten klinken als ik een sms krijg.
Bij mij is dat een vink.
Telkens ik een sms krijg zegt mijn gsm tsjitsjitsjitsjitsji-suskewiet.
Ik vind dat tof.

Ze ging tegenover me zitten op de bank in de wachtzaal van het station.
Ze was veel te hard geschminkt, maar toch mooi. Ze had een warrige bos opgestoken rosse krollen en was bepakt en bezakt met twee hangtassen en zo’n oma-karretje in burberry.
Ze plofte neer. Nee, dat is niet waar, ze vleide zich eerder behoedzaam neer, maar was toch blij dat ze kon zitten.
Toen ging haar gsm af. Mioow mioow. Het gejengel van een klagend kattejong. Mii-oow mii-oow. Het gemauw werd intenser.
Ik dacht, als mijn gsm nu afgaat, wordt het comedy.

Het gemauw ging door terwijl zij in de binnenzak van haar jas zocht.
Ze haalde er geen gsm uit, maar een -ochot ochere- grijze kitten, met helblauwe oogjes dat ‘de mama’ smekend aankeek. Mioow.
Ze zette de kattekop op haar schoot en aaide het. De kleine keek scheel van genot en spinde dat het een lieve aard had.
Het beestje maakte niet de minste aanstalten om van de schoot af te wippen, ook al kon het dat makkelijk. Leiband noch hand hielden het tegen.
Ik dacht, als mijn gsm nu afgaat, wordt het drama.

Ik heb een gsm.
Ik kan er mee bellen en mee sms’en.
Ik kan er zelfs een vink mee doen tsjilpen.
Ik kan er foto’s mee nemen.
Maar mijn bluetooth is kapot. Ik krijg de foto’s er niet af.
Je zult bovenstaand tafereeltje moeten geloven zonder beeldmateriaal.

 

 

 

 

Gelijkaardig kattekopje

Gelijkaardig kattekopje

Rebel met Rekenmachine

Het is zover ; het langverwachte drama heeft zich aangekondigd. Op kousenvoeten sloop het ons gezin binnen, we wisten dat het zou gebeuren en toch pakt het je koud bij je nekvel wanneer je er eventjes niet aan denkt. Voorbij kindertijd, voorbij Sinterklaasnervositeit en ouderliefde, de puberteit slaat verpletterend toe.

Toen ik haar vroeg of ze wist of zoonzap thuis was, antwoordde ze: “Hoe kan ik dat nu weten!?” Op een toontje van: “Gij vermaledijde luis, wat komt gij vanonder die steen gekropen om tot mij, mij! het woord te richten. De schaamte voorbij.”
En dat zei onze jongste! Dertien en een half is ze.
Het laatste kind is verdwenen, een nieuwe puber maakt zijn opwachting.Stiekempjes hadden we nog gehoopt dat zij niet zou puberen. Nee, zij niet. Zij, de stilste, altijd meest bedeesde van de vier; Zou zijn ook? Ja dus.

Gelukkig doet zij het voorlopig niet met hoge woorden, gescheld en getier zoals de andere drie. Nee, zij trekt zich terug in haar kamer met oortjes in en een verzameling strips. Iedere avond doet ze dat.
Zou ze dat nu echt doen? Ik besloot poolshoogte te nemen en klopte op haar deur. Geen geluid. Ik klopte nog eens. Nog steeds niks. Geen antwoord, geen vin verroerde zich.
Ik drukte behoedzaam de klink naar beneden en stak een neus in de kamer. Zij was er niet.Ze lag niet op het bed, haar stapel strips lagen wanordelijk over de vloer verspreid, maar zij was er niet! Of toch, daar, er bewoog iets, nauwelijks, maar toch.

Als een versteende Saphho zat ze aan haar lessenaar. Voorovergebogen met de punt van haar potlood in haar mond. Ik sloop naderbij. Ze had haar oortjes in, en schrok toen ik vlak achter haar stond. ”
O”, zei ze. En ik dan: “Ei!” En zij weer: “A”.
“Wat ben je aan het doen?””Ik ben extra oefeningen van wiskunde aan het maken (ze haat wiskunde). De moeilijke oefeningen. De juf zei dat we ze niet moesten maken, maar als we ze toch zouden maken, dat we dan geen rekenmachine moesten gebruiken. Maar dat doe ik lekker wel!”

Wat is ze toch een rebel. Dat ze zo mag blijven.

Mensen kijken

Er bestaan mensen in allerlei formaten.
Je hebt er van die normale en je hebt er van die normale met een helm op.
Sommige van die normale hebben een overall aan, en sommigen hebben een overall én een helm aan.
Soms zelfs met een hemd en plastron eronder.

Maar sommige mensen hebben lichtgevend oranje haar, groene stekeltjes of een Leopold II-baard.
Soms staan ze vol met tattoeages en soms lopen ze op heel vreemde naaldhakken.
Heel soms hebben zij die op van die heel rare naaldhakken lopen ook tattoeages. Boven de enkel en vandaar het been omhoog, kronkelend op weg naar een blote rug.

Er bestaan van die normale mensen die op een bureau zitten. Of erachter. Heel soms eronder.
Je hebt van die normale mensen met een helm op die door een fabriek lopen. Als de normale mensen met een helm achter een bureau zitten, dan hangt hun overall en hun helm netjes aan de kapstok. Vanop hun bureau kijken ze naar een maquette van de Solar Impulse.

solar-impulse-plane

De mensen met de tattoeages voetballen met zijn drieën in de gang. Die met de vreemde hakken en haar collega met de teensletsen rollen ruggewaarts voor en achter op een yogabal.
Op hun bureau staat Andy de hamster.

Andy the Hamster
Maandag was ik bij een klant in de Antwerpse haven, die zwaarvervuilende dingen doet met petroleum.
Vanaf woensdag en de komende weken doe ik mijn ding in een reclamebureau.
Die met de helmen zijn van de maandag.

Breken – een drama in vijf deeltjes

Inleiding – Breek de code
Al maanden loert het ons aan, dit mysterie, vanop pagina ‘5 mei’ van de kalender. In beverig klein potloodgeschrift neergekriebeld staat ons daar naar ons te loensen: ‘toneel Karen’.
Geen uur, geen titel, geen locatie, niks. Alleen die twee woordjes: toneel Karen.

Karen kennen we, dat is een collega van Zap.
Toneel kennen we ook, dat is het leven spelen maar dan anders.
En zelfs bij de combinatie toneel Karen kunnen we iets verzinnen. Karen heeft voor ons kaarten gekocht voor een toneelvoorstelling en wij weten niet meer dewelke.
Curiezeneuzen bellen dan Karen bellen om duiding. Maar ik ben daar niet zo nieuwsgierig. Zapnimf daarentegen! Maar die is dan vergeetachtig en somtijds een tikkeltje lui.
Door die combinatie werd het geheim pas opgehelderd de avond voordien: de voorstelling is, nikske toneel natuurlijk, Kommil Foo met hun nieuwe show “Breken”. En was die voorstelling nu in het Bruggeske of in het Kerkske? Neuh neuh neuh, in de Arenbergschouwburg, mevrouw. Toe maar, in de Arenbergschouwburg.

Zeer op niveau
Voorspel – Breek de tijd
We waren aan de krappe kant, want we moesten vroeg zijn: het waren ongenummerde plaatsen.
De auto werd op een boogscheut (uit een klein boogje) van de theaterzaal weggestopt, de parkeermeter gevoerd met nikkelwerk en haastig haastig stapten we fiks, fors en kordaat naar de place to be. Wel een beetje knorrig omdat de kaarten 25 euro kostten. Ook dat waren we vergeten. Kommil Foo is wel goed, maar 25 euro, dat is er toch net over.
We bleken uren te vroeg. Want de plaatsen waren wél genummerd. Zelfs die van ons. Alleen stond naast de plaats: Loge(*) 11, stoel 3 ook nog “ongenummerde plaatsen” gedrukt. Om de mens in verwarring te brengen, zo zijn die sinjoren.

Hoofdvogel – Breken van Kommil Foo
De show begon met een stekkedozeke en het eindigde met een volmondig meegezongen:
Faldera faldera hopsa, vrolijk zijn!
Het blijft alleen nog wachten op Magere Hein
Nooit vergeten dat we allemaal de pijp uit gaan.
En er tussenin was alles zeer zeer zeer goed. De helft van de tijd was Zap aan het snotteren, en de andere helft was ze aan het gieren van het lachen. En ja, we zijn in die periode, maar toch!
De 25 euro gaven we er gaarne aan. Gaat dat zien, gaat dat zien. Bij u in de buurt zal het goedkoper zijn. Voilà, zeg dat ik het gezegd heb.

Naspel – Breek de conversatie
De avond werd afgesloten met een nakaart rondje, besproeid met duveltje, koffie, kriek, wijntje, cola. Zo van die dingen. Zap voerde het hoge woord, en iemand anders uit het gezelschap deed duchtig mee. Pas naar het einde toe vond ik een gaatje waar ik een leuke anecdote kon tussenwriemelen. Jeuj. Ik verhefte mijn stem, maakte een wijde gesticulatie, en kletterde de volle melkkan met een armbeweging, hoppakee over mijn broek, de tafel, de stoel, het parket. Maar vooral toch over mijn broek. Mensen vragen zich soms af waarom ik zo weinig zeg. Omdat ik praat met mijn armen. Daarom dus.
De rest van de avond zat ik de deppen en te betten en rook ik naar baby-overgeefsel. Fijn.

Slot & Nieuwe start – Breken/Brak/Gebroken
Verheugd en voldaan stapten we naar onze wagen, waar de volgende episode van Breken begon…

De bolide eens weer thuis

Met brakke grondsmaak, zonder GPS noch zonnebril op sterkte de nacht door

(*) Jawel, wij zijn logemensen, wij zitten verheven boven het plebs(**).
(**) ’t Was allemaal dezelfde prijs, we waren gewoon vroeger met onze reservatie. Of wat dacht je.