Categorie archief: Kriebeltjes

Het circus, de populier en de boomzaag

Zapnimf staat op met een ochtendhumeur:
Ik heb onrustig geslapen en dat is jouw fout!

Hoor maar, ik droomde dat ik met mijn vriendin D. op een vliegend tapijt zat. Wel, eerst op een gewoon tapijt, zo’n donkerrood, met bomma tekeningen, zo’n oud tapijt dus en plots wordt dat een vliegend tapijt. Mijn juf was er ook bij en die zei nog dat we moesten opletten, maar daar trokken wij ons niets van aan en we vlogen hoger en hoger en hoger. Over een pluchen brug heen zodat we daarachter konden kijken naar de veelkleurige tenten van een circus. We horen de klaroenen en de fluiten en de leeuwen brullen en olifanten trompetten. We ruiken suikerwafels, en pannenkoek met choco. Er zijn  veel mensen, ouderen, kinderen en alles wat ertussen past. maar we vliegen steeds hoger, en nog hoger tot we zo hoog zijn dat de mensen op kevers lijken die zich haasten naar een tentvormige paddenstoel. We voelen de frisse wind om onze wangen heen, we vliegen hoger op ons vliegend tapijt en plots! zomaar ineens zonder aanleiding, laat die D. zich achterover vallen, een beetje zoals duikers zich van de rubberboot in zee laten vallen, zomaar hé, achterover. Ze stuikt dus van het tapijt af, de dieperik in. Honderden meters diep was dat. Gelukkig valt ze niet te pletter, maar komt ze terecht in een populier. Ik denk nog, oef, ze is gered, maar neen, daar valt ze uit, zwiep zo, je kent dat wel, naar een lagere struik, geen idee naar wat maar iets wat de Menck zeker kent, en vandaar dendert die met haar klikken en haar klakken knal, plat op haar rug op de grond. Bam. Stilte.

Ik zweef naar beneden om haar te onderzoeken, en ze ligt er, och als ik er nog maar aan denk, helemaal met verwrongen rug, in een boogje doodstil. Geen bloed te zien, maar ze beweegt niet en ze ziet lijkbleek.
Ik probeer haar te ondersteunen, maar ze reageert niet en dan hoor ik iets ronken. Precies alsof ze ademt, spint zoals een poes. Het is een soort van snorren dat luider wordt. Ze spint niet, snort niet, ze snurkt!. Ze is helemaal niet dood, maar ze snurkt.
En dan blijkt dat het niet in mijn droom is maar erbuiten! Ik word wakker. Jij bent het die snurkt.

Zo’n vervelende droom en da’s jouw fout. Je weet toch dat ik hoogtevrees heb!

Verdoofd op scheurend ijs

Ze was net dertig, heel knap, heel vriendelijk en dokter. Mmrrmmggrr.
(Ze is nog steeds dertig, heel knap, heel vriendelijk en dokter, want ik zag haar verleden week nog.)
Ze lachte met pretogen, klein beetje eyeliner, net genoeg om het te merken, niet genoeg om het te zien. Haar sproeten dansen de samba. Sproeten in november!
Ze leidt ons in bekoring en in de kamer. Dit hier is mijn assistente, zij volgt nu stage, zegt ze en ze wijst op een soortgelijk prachtexemplaar van de vrouwelijke kunne. Lang donkerbruin haar en een Rachel Frederickx bril. Haar stond het.
Gelukkig heeft die een vreselijke stem, als van een wekker die verkeerdelijk afloopt om 4u14. Gelukkig, want hormonaal gezien kan ik er zo maar eentje aan. En dan nog.Wij beantwoorden haar vragen, of liever zapnimf beantwoordt haar vragen en ik kijk hoe de dokter met haar ongelakte bijna ronde vingernageltjes op het klavier rikketikt.
Dan kijkt ze naar mij met iets van een glimlach en ik heb plots een beetje zuurstof te kort.
Ze is anesthesiste. Veel moeite moet ze niet doen om te verdoven.

– ‘Dat was wel een knappe, niet?’, zei Zapnimf toen we terug buitenstonden.
– ‘Nogal ja’, bromde ik een beetje. Altijd gevaarlijk als ze zo’n vraag stelt. Vooral neutraal blijven. Niet tegenspreken, niet te enthousiast beamen, maar vooral neutraal blijven.
– ‘Die blonde toch, die andere was maar niks’, lieg ik.
– ‘Ja, en vriendelijk ook, en grappig.’
Een kleine ja, van mijn kant. Waar stuurt ze in godsnaam op af? Wat is ze van plan? Wil ze me uit mijn tent lokken, en zo ja, waar naartoe? Het voelt als scheurend ijs onder blote voeten. Alles roept Wegwezen hier!, maar het moet behoedzaam.
– ‘D’er zijn hier veel knappe dokters in dit ziekenhuis.’
-‘Ja?’ (ik een beetje schaapachtig).
– ‘Die chirurg daar, je weet wel, die met dat zwarte haar was ook zo’n knappe vent, en die van daarstraks die net na die knappe anesthesiste binnenkwam. Mmmmm.’

Het ijs blijkt dikker dan ik dacht.
Oef.

Poets wederom poets

Ze is 17,93 en heeft al anderhalf jaar een vast vriendje. Ze klust bij in een frituur en verdient zo een extra zakcentje. Ze is groter dan haar moeder, maar ze draagt dan ook altijd hoge hakken.
Het puberen is ze voorbij, maar aan haar ochtendhumeur kun je nog steeds stenen slijpen. Nog net niet, maar wel bijna volwassen, nog net niet zelfstandig, denkt ze, maar bijlange nog niet, weten wij.

Maar dat kan ons eigenlijk weinig schelen. Zo lang ze onder ons dak woont, moet ze zich aan de huisregels confirmeren. En dat betekent: iedere donderdavond (heeft iemand gemerkt dat hier donderdavond staat in plaats van donderdagavond? – Gek hé?), dus iedere donderdagavond voor ze naar papa vertrekt, moet ze haar kamer oprommelen. Net zoals de andere drie. Met stofzuiger en natte vod.
Alleen huist zij helemaal boven, vlak onder het dak, en zo ontsnapt ze nog wel eens aan controle.

Zo dus ook een voorbije donderdag. We merkten het vrijdagavond, toen de laptop zoek bleek en hij nog in haar woonhol bleek te liggen.
Wat we daar vonden tart alle verbeelding : smerige borden met halfopgegeten pizza’s, dertien (13!) pet-flessen in alle categorieën van uitgedronkenheid, van nog een heel klein klikje tot berstensvol. En ze mogen niet eten in hun kamer!!
Vuile jeansbroeken, blouses, twintig paar uitgeschopte schoenen, gore sokken, een stapel ondergoed, een beduimelde flair, geen centimetertje van de vloer was nog zichtbaar. De laptop plakte toe van de choco? speculoos? appelmoes? of van nog iets anders dat we helemààl niet willen weten.
Blijkbaar was ze al meer dan een week aan de controle ontsnapt. Er zou wat zwaaien als ze terugkwam.

De vrijdagavond, na een week papa, kregen we van haar een sms’je: Mag mijn vriend blijven slapen? Dat doet hij ieder w-e dus: Ja, zonden we terug. We lagen al te knikkebollen voor het kijkkastje toen we gestommel hoorden: ze kwamen thuis na de frituurshift en de vrijdagstapuit in de wereld.
Dag ma, dag Moose, wij gaan slapen. Ne goeienavond allemaal bromde de vriend. Sloppel.
Wij droomdommelden verder voor het nieuws tot we ze terug de trap af hoorden stommelen. Zacht gezeur en gezaag, geëmmer en gemier, gemus en geneuzel. Een autoportier klapt dicht en een auto rijdt de oprit af (toen had hij er nog een). Onze oudste dochter trappelt weer naar boven.

Dochter? Dochter?! Ze sleft de living binnen, zoals alleen zij die kan binnensleffen. Ze beantwoordt onze vragende blik met: Hij vond het niet hygiënisch genoeg, hij wil hier niet meer slapen.

Wij komen haast niet meer bij van het lachen. Poets wederom poets. Een weekeinde poetsen verder bleef hij toch nog een keer slapen: mja, het is doenbaar nu, bromde hij.
Maar hij had wel zijn eigen kussen mee.

Woensdagavond – Conditions are perfect

Oeioeioei, het gaat niet goed met dit blog.
Woensdag een onnozel filmpje, donderdag nikske en vandaag weer niet veel soeps.

Zo’n Zaphuishouden het put een mens uit.
Nu had ik donderdag wel een goede reden om vermoeid te zijn. Dat komt door woensdagavond.
Want woensdagavond, wel dan is het business time!

Papa Twee

Vanavond stalen wij een uurtje tijd, en maakten een avondwandeling door het bos. Wij dat zijn: Zapmama, bijslaap Moose en MiniZap, die ondertussen al een uit de kluiten gewassen dochter is van 12.

NetnietvolwassenZap, MachoZap en KrulZap wouden niet mee, die waren respectievelijk:
– Ambras aan het maken met het lief want “Gij weet zeker niet wat dat is, twee weken mekaar alle dagen zien en nu nog”, na haar eerste reis tesamen,
– Aan het rondhangen met een vriend en zo-o-zo cool te doen dat zijn beugel er haast van bevroor,
– Haar virtuele sociale netwerk te onderhouden en zichzelf een tendinitis-duim te short messagen.

Wij wandelden een tijdje hand in hand, zochten en vonden een kaboutertroon, zagen een elfenboom, hoorden een dof gekraak dat nergens vandaan leek te komen en er waren dwaallichten (sluip voorzichtig om ze niet te storen, Krak, sssssst, let toch op!).

Zuig hier maar een puntje aan, Monet

Wil je stilstaan, bloemen, als ik je fotografeer

 

Toen begon het te regenen, het werd ook goed donker en we haastten ons langzaam naar de auto. In de beukendreef wou MiniZap tussen ons komen inlopen en ons beiden een handje geven.
– Komaan, zeurde ze: ik wil in het midden, een handje geven aan mama en papa.

Ik schrok. Zoiets zegt ze nooit.
Ik testte haar: – Ja maar papa is er niet.
– Dan wil ik een handje geven aan mama en… papa twee.

Jaaa! Na vijf jaar eindelijk bevorderd van stiefpapa naar papa twee. Vooral nu van genieten, dacht ik, geniet er nu van. Over 6 maanden of zo pubert zij ook, en dan word ik weer aangetierd met:
– Gij hebt hier niets te zeggen gij, gij zijt mijn vader niet, seut!

Dan ga ik aan dit moment terugdenken, en dan weet ik: Nu weet je het even niet meer, maar eigenlijk zie je me wel graag.

Geluk van twee keer niks

Iedere dag trippelt ze door de hof naar haar zelf gezaaide wildebloemen-weitje. En daar gaat ze dan kijken naar de zes gezaaide kruidjes die het aandurfden om fier met de kop omhoog te bloeien in onze tuin. Een beetje teleurgesteld en met pruillip om de weinige daadkracht langs de kant van de klaprozen, komt ze terug binnen en nipt treurig van haar thee.

Treurnis alom

Meelijkwekkend bloemenweitje (spot de roze vlekjes ergens rechtsonder)

Maar deze week veranderde het. Vanmorgen slaakte ze een verrukt kreetje: haar zonnebloemen zijn open. Wat voorheen nog uit de kleuiten gewassen groene stengels waren, vertonen nu al meerdere knoppen. Eentje is er zelfs al open: ze danst een onnozel huppeltje en klapt in haar handjes. Kijk, kijk! Er is er al eentje open, en daar nog eentje. Kijk!
Ze doet een vrolijk rondedansje rond de zonnebloemen en is voor de rest van de dag om te zoenen, mijn kleutertje van veertig.

De eerste zonnebloem klein

Gelukkige mensen zijn content met weinig

Ze kan toch gek doen om niks, die vriendin van jou, zegt de poetshulp die het tafereeltje gadeslaat.
Ja, daarom zie ik ze ook zo graag.