Maandelijks archief: september 2011

Waarom ik morgen te laat op het werk zal zijn

Baas: Ik zal dan voor jou voor morgen een parkeerplaats reserveren.
Ik: Ok
Baas: Wat is je nummerplaat?
Ik: xxx-999
Baas: Merk van je auto?
Ik: Toyota
Baas: Welke kleur?
Ik: Aspergeroomsoepkleur
Baas: Hey, dat is een rare kleur, schrijf je dat in een woord?
Ik: Ja

En hij schreef het op. HIJ SCHREEF HET ZO OP.

Advertenties

Verpieterd curriculum

Kun jij zo eens geen trainingscurriculum samenstellen, vroegen ze mij. Ja, ik wist eerst ook niet wat dat was. Een vijftal trainingen die het hele gamma afdekken, kun je dat?
Ik zou zo wel iets kunnen verzinnen, maar ik weet niet…
Fantastisch, merci!
Zo klonk het anderhalf jaar geleden.

Ik draaide een training of twee in elkaar, die geef ik regelmatig, en de rest van de ideeën raakten vergeten. De opzet verdween onder de stofnetten, vergeelde, droogde uit en verkruimelde in de namiddagzon mijner harsens.
Tot plots deze week het heuglijke nieuws: We hebben genoeg inschrijvingen voor opleiding 5. Kun je die volgende week geven?Training 5? Ik moest mijn memorie uitpersen om opnieuw te snappen waarover het ging. Je wil niet weten wat er eerst allemaal uit mijn memorie sijpelde, Witkin zou er nachtmerries van krijgen.

En wanneer willen ze die? Volgende week maandag. Volgende week maandag, zoals in, de maandag na die week waar je jezelf zo suf zal moeten werken dat een gepekelde haring in een viskom aangenamer gezelschap is dan ik? Die week ja. Die week waarin de maan vier centimeter uit haar baan zal verschuiven louter en alleen door het magnetisch veld opgeroepen door mijn gechargeerde hersenactiviteit? Yup.
Maar die opleiding bestaat nog niet!  Ik weet bijgot niet meer waarover het zou moeten gaan!!! ’t Lukt wel, ze is verkocht.

Dus als de wereld elkaar liefheeft in het eerste zondagszonnetje van het jaar, zit ik met wallen onder de ogen een opleiding in elkaar te vijzen. Zondagavond om 21 uur snapte ik eindelijk mijn eigen slides die diezelfde morgen gemaakt had. Waaah. Nu nog alleen maar van buiten leren.

Ik peinsdige de maan uit het zwerk

Met een ei in de broek vertrok ik deze morgen om 6u15 richting Leuven, hardop mijn lesje van buiten lerend. Het lukte matig. Het ei werd gekookt ei.

De leerlingen vielen mee: een gesjeesde databank administrator, een lesgever, die eens kwam kijken of hij in zijn les niet teveel onzin verkocht als hij over mijn onderwerp leuterde (echt waar!), een jonge ingenieur met zijn eigen bedrijfje en een stem om beren mee te villen en ambtenaar die niet zo genoemd wilde worden, maar het dubbel en dwars was. Vier man. Vier man, voor heel mijn week-end. Godver.
Ik begon met hen een verkennend gesprekje en het bleek dat ze eerder opleiding 2 wilden dan 5.
Die ik dan maar uit de losse pols heb gegeven. Nogmeergodverdegodverdegodver.

Moge de verkoper mijner opleiding deze week onzacht in aanraking komen met een aambeeld.
En dat moet lukken want ik heb er nog eentje liggen. Nah.

Dieren in Nesten – De Komodovaraan

De Duitse maffia, niets menselijks is hen vreemd

Traag, als kruip-olie, gleed de limousine voorbij, de lichten gedimd. Dat was niet zo abnormaal. Het was namiddag en de zon scheen.
Ik gleed ook voorbij, als een slak met teveel tijd, het raampje open. Dat was niet zo abnormaal. Het was gisteren uiensoep.

We reden stapvoets op de ring, zeer traag, wieltje voor wieltje, file in file uit, de limousine links, ik daar rechtsachter. Ik sloop naderbij.  De stretch had Duitse nummerplaten. Hoe kon dat nu?

Ik won terrein, ik kwam erlangs. Ik kon niet binnenkijken achterin, de ruiten waren donkergetint. Ik schoof op, onvermoed, tot onze spiegels elkaar bijna raakten. Ik keek opzij.
Achter het stuur zat een dikke Duitser in uniform, volledig in zichzelf gekeerd, vol concentratie, een snottepiet uit zijn neus halend om die met duim en wijsvinger weg te schieten.
De Duitse maffia, niets menselijks is hen vreemd.

O wat gaat het weer lekker vandaag

beetje druk de laatste dagen

Het is de Liefde, mijnheer

Vertier in de jaren veertig

Afgelopen week en de zaterdag en zondag daarvoor, struinde ik door de Noordertuin met mijn dochter aan de hand. Honderden kilometers (nou ja) hebben we afgemaald met maar één doel voor ogen: een plaatsje zoeken om onze hobby uit te oefenen. En we hebben het gevonden, gisteravond omstreeks 21 uur was dat, in een vreselijk oud café, in een achterafstraatje, vergeten door de tijd. Je kon er de jaren veertig van vorige eeuw nog zo van de muren pellen.

Het begon allemaal de week daarvoor. De jongste (stief)dochter, twaalf is ze, is zo vrolijk aan het kwelen op haar kamertje dat de katten er beschaamd van worden. Ze begeleidt haarzelf op het keyboard.
Stel je je er maar niet teveel van voor: ze speelt geen keyboard, ze kan niet zingen, ze heeft geen gevoel voor ritme en absoluut geen gevoel voor toon. Ze is een dochter van haar moeder.

Zelfs de kat kreeg koppijn

Tot ze plots stopt en uit het niets zeer stellig poneert: ik wil muziek leren! Mijn oren flapperen. Niet alleen over wat ze zegt maar vooral over hoe ze het zegt. MiniZap is meestentijds zeer bedeesd en neemt zelden forse standpunten in. En nu dit. We hebben haar voorzichtig getest (het zal toch geen bevlieging zijn) en ze bleef bij haar standpunt. Klarinet leek haar wel iets. Mijn oren flapperden nog meer. Ik heb honderd jaar of zo in een harmonie gespeeld, klarinet dan nog, al is het nu toch al weer een vijftal jaar geleden dat ik er nog één geproefd heb (mmm passiebloemenhout!). Ik voelde het ook weer kriebelen.

We hebben het ijzer gesmeed terwijl het gegoten werd en zijn onmiddellijk aan een rondritje begonnen op zoek naar een harmonie die ons in hun rangen wil. En één waar wij volgaarne gaan toeteren. Binnenkort in een parochiezaal in je buurt: de verenigde zappers, het olijke duo op klarinet. Tetterrettekettet.

Of voor veel geld, lekker eten, goed drinken, warme liefde... voor alles eigenlijk

En dus reden wij deze week de omgeving af om repetities van verschillende harmonieën bij te wonen, om te zien welke best bij ons past.
We hebben gekozen voor het schattig mini-harmonietje dat repeteerde in een oud cafe. Omdat hun repetitielokaal die avond gebruikt werd om bloed te geven. Dat vinden wij al meteen sympathiek zie.  De sfeer zat goed, heel goed, er werd nogal wat afgelachen, maar toch hield de dirigent alles onder controle. Meer moet een mens niet hebben.
De sfeer, dat gaf de doorslag. En ook en vooral het feit dat we hun repetitielokaal wél vonden.
Van de twee andere die we daarvoor probeerden was dat niet gelukt.

Ze zullen mij bellen als ze klarinetten gevonden hebben voor ons: ik moest mijn contactgegevens doorgeven. Op een bierviltje. Jawel.

Alweer de Vuelta niet gewonnen

Ik pedaleerde op het steilste stuk van Alpe d’Huez. Het zweet gutste langs mijn voorhoofd, mijn fietstruitje stond open tot op de navel, maar verkoeling bracht het niet meer. Ik moest kleiner schakelen, en wou dat niet, mocht dat niet. Mijn hartslag racete al lang in het rood, maar de rol lossen, neen. De andere kregen het ook moeilijk, ik zag het aan de trillende voorarmen, en het steeds scheviger zwalpen. Die aanblik… het moest te doen zijn, ik kon het misschien wel halen. Ik duwde door, voor zover dat mogelijk bleek en Poulidor moest lossen, hij eerst, daarna Van Impe. Pantani brak en samen met Ocaña reed ik naar de top.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik zat achter zijn rug en greep mijn kans tot… psssscht. Dit kon niet waar zijn: psssssssccht. Mijn tube lek, liep leeg. Psssccccccht.

Het pssssccccht’en bleef aanhouden, ik voelde een supporter mij aan de schouder trekken. Duwen, trekken, duwen, trekken, psssschhht.
– Zeg moose, psssccchht, gaan we vrijen?
De fiets verdween en een bloemenmeisje reikte me een pluchen beer aan.
– Moo-oose, pssst.
Het bloemenmeisje loste op, ik viel van het podium in een zachte weide, die laken werd, die bed werd en ik was thuis.

Een pluchen beer schurkte zich tegen mij aan:
– Zeg, gaan we vrijen, komaan… Mmmmrrrrpp.
– Lammesloppebennohmoe…
– Mmmmrrrppp, nee hoor, je bent al wakker?
– Bergritgewonneuh plattentuubdjudjudju.
Ze likte in mijn oor, en overal elders ook.
– Beetjekoppijnwijnrojewijnrojewijn sloppesloppe.
– Gisterengrotejan vandaag kleine man. O-o-o, o-dol, mmmmrmrrrrrrppp.
En zo won ik zondag niet de Vuelta, maar toch een ritje.

Amsterdam-Zuid

Ik zag een Surinamer met een seventies afrokapsel. Het danste bij iedere stap wel vijftien centimeter op en neer.
Ik zag een porseleinen roodharige, met onmenselijk witte armen en vlammendvurige krullen. Haar kousen waren Iers groen en haar stond dat.
Ik zag een zwart koppeltje hevig verliefd doen, ik keek nog eens en het waren twee meisjes.
Ik zag een oud mannetje met een rollator maar wel in fluo sportschoenen.
Ik zag een deftige zakenman een vet papiertje van onder zijn lederen zool peuteren.
Ik zag een pubermeisje met walkman en Peruaanse muts met twee zo van die tjingeldingen aan weerszijden.
Ik zag een zeer kwade peuter stampvoeten van nijdigheid.
Ik zag een oude dame, kaarsrecht en mooi opgemaakt. Ze moet tachtig geweest zijn.
Ik zag een ongeschoren gast in de weerspiegeling van zijn treinraampje grijnzen, naar zichzelf. Ik zag ik.

 

Komt een pyromaan met een kip bij de hoeren

Allez hop. Het is vrijdagavond, laten we nog eens ouwerwets op café gaan.
Met Wim Helsen bijvoorbeeld in de Joker.

Hij ondergaat de grap zonder midden.
De mop start met:     Komt een man met een kip bij de hoeren
De mop eindigt met:  Waarop die kip zegt: wie gaat dat betalen?
Het middenstuk moet het slachtoffer in kwestie er maar tussenin improviseren.

Helsen op zijn heerlijkst.