Sliep-uit, sliep-uit!

Het lentezonnetje, dat kan toch goed doen. Zelfs de meest doorroeste kantoorwijken, gepramd tussen klaverbladen en provinciale dodenbanen, omzoemd door laagvliegende Boeings, krijgt plots een zachte blink.
Een lage zonnestraal doet het stof dansen op kantoor, een mens wordt er vrolijk van. En omdat het buiten nog vrolijker is, deed ik over de middag een stapje in de wereld.

Hoe grijs en grauw een Belgische industriezone of slaapstad ook mag zijn, altijd, maar dan ook altijd, vind je er een verloren stukje groen. Zo heb ik op vijf kilometer van de Nieuwstraat in Brussel ooit eens een koe omhelst. Okee, ik weet het, ik weet het, maar toch, probeer dat maar eens in Tokyo.

Ook in mijn zweetgemeente ligt een onooglijk parkje. Twee keer niks, een scheet groot, en de helft is dan nog opgeofferd aan de plaatselijke voetbalclub. Zo’n clubje dat al decennia pendelt tussen de nationale en regionale competitie.


Maar het was een park. En het was groot genoeg om een paar bankjes te herbergen, weggemoffeld in de schaduw van een struik. Daar ben ik gaan zitten, om mijn boterhammetje op te eten.
En passant keek ik naar de machtige houten pilaren aan de zoom van het gras. Kaal maar bottend. De takken strekten doelloos naar het vliegtuig dat een streep trok in de nog fletsblauwe lucht.

Aan een boom hing nog één fel groengeel blad. Het viel op omdat het zo contrasteerde met de bruine hersfstkleuren. Het was dan ook een zeer groot blad. Ik keek gebiologeerd naar het blad. Was dat wel een blad? Voor een boomblad was het me te groot precies. Een plastiek zak? Nee. Een vogel? Wielewaal? Maar die is geelzwart, niet geelgroen. Ik pienste mijn ogen en spitste de oren. Het was een vogel, en hij zei tji-puut, tji-puut, tji-puut. Ik ken geen vogel die tji-puut doet.

Ik sloop naderbij. Het blad bleef zitten. Toen kwam er een tweede blad aangewaaid. Het ging zitten naast het eerste blad en ze begonnen te kussen, en kopjes te geven: een koppel halsbandparkieten.

Dat had ik nog niet gezien in het wild. En daarna nog een, en daarna nog een koppel. Drie koppeltjes halsbandparkieten vond ik terug, daar in mijn groene driehoekje tussen alle denkbaar verkeer. Een cadeautje van Meneer Florizoone, toenmalige directeur van de Brusselse Meli, die in ’74 eens gek wou doen, en er een veertigtal losliet in hartje Brussel. Ik heb het opgezocht. Ze zijn ondertussen met 10.000 in België. Dus niet eens zo zeldzaam.

De halsbandparkiet. Ze zijn mooi groengeel, en ze zeggen Sliep-uit sliep-uit sliep-uit.
En toen was mijn middagpauze om.

Advertenties

Geplaatst op 26 maart 2012, in Een streepje natuur. Markeer de permalink als favoriet. 8 reacties.

  1. Ja, we kennen ze. Dit weekend ook nog in onze tuin gespot. Brussel is dan ook maar zeven a zevenentwintig boogscheuten ver (we zijn niet allemaal Robin Hood he).

  2. Je reinste pest én een niet te onderschatten bedreiging voor de inlandse vogelpopulatie, deze halsbandparkieten. Niet alleen eisen ze zich brutaal diens voedsel op, ze palmen ook de nestholten in. Vooral de boomklever delft hierbij het onderspit.

    • Mja, het hangt er een beetje vanaf welke bron je raadpleegt.
      In Humo een tijdje terug werden ze verkocht als een echte pest.
      Volgens Wikipedia daarentegen valt het allemaal nog mee.
      Nu als ik moet kiezen tussen boomklevers en kettingparkieten, dan ga ik toch voor de boomklever.
      Of voor allebei. Nè.

  3. En ik was al blij dat ‘mijn’ eksters terug waren. Zouden die parkieten de kouwen verjagen ? Zo ja, mogen er enkele naar hier komen. Een leuke afwisseling voor mijn poezen, ook. 😉

  4. Allé gij, parkieten in ’t wild, nog nooit gezien. Trouwens: ook hier mogen ze komen verjagen anders. Die vuile duiven die op mijn dak komen zitten heel de tijd.

  5. ’t Is zo leuk, getjilp van de vogelkes in de bomen.
    Die halskettingparkiet die jij spotte riep dat je je voortaan wat moet uitslapen, Moose. Je zag er waarschijnlijk niet uit, die middag 🙂

  6. Oh! Tof!
    Van mogen er al wat meer mensen ne keer zot doen!

    Zou dat ook lukken met … pakweg … olifanten? (die kunnen niet in bomen kruipen zeker?)

  1. Pingback: Vier bambi-ogen, een keukenhanddoek in vertraging en een hypnose van kust m’n kloten « De weergaloze fratsen van ene zapnimf

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s