Trooster in tijden van nood – Mijn vriend de glasbak

Een doffe zondagochtend. Je wordt wakker van je eigen stinkende adem. Of was het van de gruizige pijn in je kop? Je moet nadenken waar je bent. Het antwoord is even voordehandliggend als verontrustend: in je eigen bed. Niks is erger dan wakker worden van je eigen stinkende adem. Tenzij misschien van de stinkende adem van iemand anders. En die is er ook. Bah. De zondagochtenden na een feestje, met hun geur van verschraalde sigaretten en craquele hersenschors.

Dat was vroeger zo en het is nog altijd zo. Alleen roken we niet meer en drinken we niet meer. En het feestje was een middagbrunch met allemaal jolige juffen en malle meesters. Vooral juffen dan. Tegen zeven uur ’s avonds was de laatste naar huis. We zijn het feesten verleerd.

Met de moed der wanhoop sleep ik mij naar beneden. Een verkwikkend ontbijt is geen optie. Terwijl vroeger tripples, whisky en wijn voor de ontregelde maag zorgden, dan zijn dat nu hectoliters macaberzwarte teerkoffie. Terwijl dat vroeger grauwe pita’s en verlepte frieten waren, zijn dat nu suikerbommen: negen koffiekoeken, industriële hoeveelheden slagroomtaart, rabarberkeek, of pistolets met goei boter en oude franse kaas. De maag is er even erg door van streek. Een ontbijtje hoeft nu even niet.
mijne trouwe compagnon de route

Broken Glass Hero

De meeste rommel is gisteren al opgeruimd door het veel te opgeruimde lerarenkorps. (Gelukkig ken ik een trukje om te vrolijke leraren te dempen. Gewoon “Pascal Smet” zeggen en je boort meteen een niet te spuien geiser van schamperijen aan, ha!).

Ik besluit de dag te beginnen met een tripje naar de glasbak, die staat bij ons om de hoek. Het is een goede ochtendwandeling. Frisse neus halen. Met twee boemvolle bakken glas op de bolderkar naar het groene buikige gevaarte. De vogeltjes fluiten, die in mijn hoofd luider dan die daar buiten, maar toch, het zijn al weer vogeltjes en geen Stihl-kantmaaiers meer.

Het weerzien met mijn goede oude vriend heeft iets hartelijks: Iese, daose, daar is ‘em sie, mijne maat de glasbak. Ik hou van glasbakken. Altijd al gehad. Ze hebben iets troostvols over zich heen, dat gezellig groene bolle.
Alles eraan straalt degelijke rust uit. Een glasbak heeft iets van een knipoog van een gezellige nonkel. Het speleffect doet er ook aan mee: de juiste kleur fles in het juiste gaatje. Vertier voor de simpele mens. Ik ben een simpele mens. Het is ook altijd spannend om te horen of de bak goed  vol is en juist heel erg hollerig leeg.Ik begin met de Cava-flessen, o ja, da’s waar, Nele heeft gisteren getrakteerd, het was haar verjaardag. Er zijn ook nog wat champagneflessen, dat was inderdaad ook lekkere. Er liggen ook nog wat gin-flessen en Blue Curaçao-glazen tussen, daar kan een nijdig cocktailtje van gemaakt worden. De volgende is een whisky-fles, voor bij de koffie. En dan nog een voor na de koffie. Dan nog een zestal wijnflessen, voor toen het nog gezellig werd na de koffie. Er zijn zelfs twee Westmalle flesjes tussengesukkeld van tijdens het opruimen. Die gaan terug mee voor het statie-geld.

Het gaat al weer een beetje beter met mij.
Feestjes op koffie, ze zijn niet te onderschatten.
Advertenties

Geplaatst op 28 augustus 2011, in Heb ik dat weer. Markeer de permalink als favoriet. 3 reacties.

  1. M’n leven wordt ook weer wat minder banaal na deze ode aan de glasbak. ’t zal ni meer hetzelfde zijn…

  2. Mijn schat gaat naar de glasbak, terwijl ik nog lig te ‘genieten’ van mijn slechte adem, na een feestje. Waarschijnlijk om dezelfde reden. 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s