Patati Patata en Obelisk

heel veel patatten

Ik stond voor het rek met de aardappelen in het grootwarenhuis.
Ze hadden vastkokende aardappels, bloemige aardappels, primeuraardappelen en seizoensaardappelen. Ze hadden van die lange, ze hadden van die bollekes, ze hadden vuile en gewassen, in netjes, plastiek zakken en los. Ik zag er rode zoete, en pikzwarte, bintjes, Belle de Fontenay, Red Baron, Dore, Nikola. Ze hadden er minibolletjes geschild en gekookt natuur, ze hadden ze ook gemarineerd in lookmelange. Ze hadden frietaardappelen en kookaardappelen, Madeleines, Reines, Lady Balfour en Vitelotte.

En ik moest hebben: van die ‘grote pattatten’.
Hetgeen het dichtst mijn idee van grote aardappelen benaderde, lag helemaal onderaan, zelf te verpakken in de rekken. Net daar waar een jonge heer met belachelijk d’Artagnan-baardje zijn kar had neergepoot. Op mijn vraag dan nog. Want eerst stond hij voor de rode zoete, toen ik nog dacht dat dat de grote waren.

Of meneer zijn kar nog eens kon verzetten, alstublieft? Ik moest daar helemaal beneden zijn…
De meneer was vriendelijk en rolde achteruit. Zijn kleine in de kar loensde nijdig naar mij. Hij was er ei-zo-na in geslaagd met zijn grabbelhandjes een zak Bintjes naar beneden te trekken en zag zijn poging op de nipper gesaboteerd. Hij zei brrrlllbbbb tegen mij. Ik liet mij niet kennen en zei: Obelisk. Daar had hij niet van terug, dat snotjong van twee.

Ondertussen had ik mijn zakje patatten bij mekaar gezocht en legde ze trots in mijn kar, naast de bananen, het toiletpapier en de koffie. Ik beende er met een rotvaart vandoor (wie weet begon die kleine met een aanval langs achter). En inderdaad – op zo’n moment heeft je rug ogen- voelde ik dat hij mij volgde. Ik zette er nog een steviger pas in. De kleine trok aan mijn mouw, ik rukte me los en de kleine bleek een oud heertje te zijn met een gezicht van koekenbrood.
Hij had graag zijn kar terug gehad. Ik bekeek het heertje, mijn kar, opnieuw het heertje, mijn kar waar plots koffie in lag van een merk dat ik nooit koop, zijn kar dus.
Daar staat uw kar, daar, wees het oudje behulpzaam, maar dat hier is de mijne. Ik verontschuldigde mij, verplaatste de aardappelen van kar, en hoorde: Heuj, excuseert, maar dat is mijn kar. Een dikke madam die het echt wel zonder mijn patatten afkon. Nogmaals excuseert madam, en de aardappelen werden twee keer tereke gemigreerd van kar.

Bij de kassa stond ik precies achter de dikke madam en het heertje. Achter mij stond de brrrlllbbbb’er. Ik stond er tussen met een kop als een zoete rode patat.

Advertenties

Geplaatst op 11 augustus 2011, in Heb ik dat weer. Markeer de permalink als favoriet. 8 reacties.

  1. nooit vergeten waar je u kar placeert, Moose. Het is zoals je auto in een ondergrondse parking achterlaten, maar dan iets minder erg.

  2. Mannen en boodschappen hé…. 🙂

  3. Gij zijt nogal ne patat gij.
    Ik neem aan dat dit echt gebeurt is maar ik heb ernstige vermoedens dat er opzet in het spel is.
    Je moet er tenslotte iets voor over hebben om een leuk blogstukje te kunnen schrijven.
    Ik geef toe, ik laat ook wel eens een scheet in een overvolle lift om een interessant gesprek op gang te brengen.
    Je was op zoek naar frutpatatten, om friet te maken. Niet ?

    • @Duvel
      Niet.
      Op zoek naar van die dikke patatten om in zilverpapier te wikkelen en dan te laten verschoeperen tussen de kolen op de BBQ, je vingers verbranden om die er opnieuw uit te vissen, en daarna nog eens om de folie eraf te halen. Waarna de aardappelen ingesmeerd worden met lookboter om ze nog enigszins verteerbaar te maken maar daarna na twee hapjes toch weggegooid worden tussen de struiken onder het motto: het is allemaal natuurlijk afval en het is toch onze hof niet.
      Van die patatten dus.

      • @ appelmoose
        dikke patatten zijn niet geschikt om ze in hun geheel in zilverapier gewikkeld op de BBQ te leggen.
        Je neemt beter een kleiner model dat sneller en beter gaart dan de dikke soortgenoot.
        Bovendien kan je ze beter eerst stomen of halfgaarkoken alvorens ze te grillen..
        I.v.m. het verbranden an de vingers lees je best het meest recente blogpostje van je lief want er blijkt toch bestek aanwezig te zijn in huis. Bestek verbrand doorgaans minder snel dan vingers.

        • We hadden ze vooraf halfgaar gekookt, maar inderdaad de “dikke patatten” zijn een overlevering van de overgrootouders, in voege sedert Cornelius Moose in 1338 een “zwaarwichtige ende lijvige aardknol” gebruikte om op het houtvuur te “garen ende geuren”. (manuscript, het zgn. roodboek gevonden bij de opgravingen in de crypte van de St-Medarduskerk te Wervik in 1974)

          Redelijk knappe prestatie van de Corre toch, want de aardappel is pas een paar honderd jaar later ingevoerd. Zo’n voorouders heb ik nu, je moet ze verdienen.

  4. Aardknol is een ruim begrip en de aardappel maakt inderdaad deel uit van die familie.
    De Corre, zoals U hem noemt, bedoelde met zijn “zwaarwichtige ende lijvige aardknol” bieten, in de volksmond in 1338 ook wel aardknollen genoemd. Leest U het manuscript er maar op na.
    Aan de “bijzonderheid” van Uw voorouders bestaat niet de minste twijfel.

  5. Ik zou er een vijandige tweejarige en twee weigerachtige oudjes voor over hebben om zoveel keus aan patatten te vinden in mijn supermarkt zoals op de foto. En dan nog in bulk ook. Dat moet een vakantiefoto uit Frankrijk zijn. Kan bijna niet anders. Tenzij ze ergens “geleend” is uit een folderke.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s