RSS

Categorie archief: Heb ik dat weer

Alle goede dingen komen in drie: Ikea, Boomsesteenweg, parkeerplaats

Het alarm ging af. Mijn adrenalinepeil steeg. Ik kreeg klamme handen, de hartslag versnelde. Rood waas voor de ogen. Zij, zij merkte niks, ze ging gewoon door op haar elan. ‘Het is ook al zo lang geleden. Laten we vandaag nog gaan’. Haar eerste zin was, en de directe aanleiding van mijn infarct: ‘Ik wil nog eens naar Ikea. Zomaar.’

Het addertje zit hier in de ‘zomaar’. Mijn eega wil nooit ‘zomaar’ naar Ikea. Nooit, never, jamais. Soms wil ze naar Ikea voor een nieuw kastje of voor een staande lamp. Die dan altijd omvalt, bijvoorbeeld. Als ze naar Ikea gaat, ‘zomaar’ dan is dat vrouws voor “Ik wil iets wat jij niet wil dat ik heb”. Dus zegt ze ‘zomaar’ en dan ben ik de pineut. Want in Ikea zet ze dan haar puppy-ogen op en dan krijgt ze toch weer gedaan wat ze wil. De trut. Nu, dit verhaaltje speelde zich af een paar dagen voor haar operatie, dus ik dacht nog, ach, misschien overleeft ze het wel niet, dan is ze toch met een zweedse glimlach gestorven. Kan ik haar asse bewaren in de Bursjön of in de Fläta. Het nuttige aan het aangename paren.

Dus wijlen weg. Richting file op de A12.
O, gij Boomsesteenweg, bloedbaan van de hel
comalijer, kankerspuier, piercing zonder vel

O, gij Boomsesteenweg, monsterlijke draak
Ik kom hier praktisch nooit en toch is het te vaak. 

Ikea aan de A12. Je ziet het blauwe logo van kilometers ver afsteken tegen de gele hemel, zwanger van de ozon, het fijnstof, de solfer en stikstofdioxides. Stikstof, zelden een meer toepasselijke benaming geweten. 
Dat logo hangt dus leuk te contrasteren met de wereld, je ziet het wel, maar je geraakt er niet.
De weg is zo gedesigned dat je er alleen maar geraakt mits verlies van bumper, spatbord of wieldop. Gelukkig kennen wij (lees Zap) een sluipwegeltje ergens langsachter waar je toch zonder al te veel kleerscheuren stiekempjes op de parking geraakt.

Alleen was de parking er niet meer. Of liever hij was er nog wel, maar verborgen onder een gebinte van iets metaalachtigs grijs. Ikea had besloten zijn parking tijdelijk te overdekken waardoor er 47000 parkeerplaatsen minder beschikbaar waren. Ik reed de parking op en had geluk. Al na drie uur kwam er een plaatsje vrij. Dat meteen werd ingepikt door een tweezitter. En toen waren er nog elf wachtenden voor mij. Ik parkeerde mijn sjees bovenop de tweezitter en wankelde met stijve benen aan het handje van supervrolijke zap naar de winkel harer dromen.
Het enige wat ze wou doen was effe rondkijken en 2 namaakbloemen kopen. 2, ochottekes ochere. Ter waarde van 79 cent, inclusief Btw.

In bijlage de rekening, budget overrun van 4168%.

En dan waren we de Fläta nog vergeten ook.

 
25 Comments

Geplaatst door op 28 november 2011 in Heb ik dat weer

 

Neveneffecten die ze wijselijk verborgen hielden

Ghèghèghèghèghèhihihihihi. Mèhèhèhèhihihihighèghè.
Ghèghèghèghèghèhihihihihi. Mèhèhèhèhihihihighèghè – moehoeaiaiaiai.
Ghèghèghèghèghèhihihihihi. Mèhèhèhèhihihihighèghè.

Geen aangenaam geluid. Zeker niet als de volumeknop op elf staat.

Ghèghèghèghèghèhihihihihi. Mèhèhèhèhihihihighèghè.
Ghèghèghèghèghèhihihihihi. Mèhèhèhèhihihihighèghè – moehoeaiaiaiai.
Ghèghèghèghèghèhihihihihi. Mèhèhèhèhihihihighèghè.

Een getormenteerde geit met de hik. Zoiets.

Ghèghèghèghèghèhihihihihi. Mèhèhèhèhihihihighèghè.
Ghèghèghèghèghèhihihihihi. Mèhèhèhèhihihihighèghè – moehoeaiaiaiai.
Ghèghèghèghèghèhihihihihi. Mèhèhèhèhihihihighèghè.

Dan was de moehahahohohohoho van vroeger toch nog net iets aangenamer.
Maar dat kan ze niet meer, want het doet nog teveel pijn als ze zo lacht.
En dus lacht ze nu als een blatend schaap op yabaa.

Dat zeggen de dokters er niet bij als je voor een maagverkleining gaat, de snoodaards.
Dat het allemaal maar snel geneest ; ik ben bijna door mijn voorraadje Bambi en Ken Loach filmpjes heen.
En met een vinger in haar zere buik priemen gaat op den duur ook vervelen.
Dat het allemaal maar snel geneest.

 
13 Comments

Geplaatst door op 15 november 2011 in Heb ik dat weer

 

Thuiswerk – het heeft zo zijn charmes

(Rechtzetting op dit hier)
- Kunnen we vrijdag bij jullie op kantoor vergaderen, dan moet ik niet helemaal naar Brussel rijden? 
- Ja, dat kan, ik maak wel ergens een plekje vrij, dan winnen we toch dertig kilometer of zo.
Of beter nog… waarom kom je niet gewoon bij mij thuis langs, dat scheelt je algauw een slok op de borrel van 3 uur, ik ook een uur of drie en Jan woont hier eigenlijk ook in de buurt, da’s voor hem ook twee uur winst. Samen acht uur winst, we hebben al een dag gewonnen op het project en we zijn nog niet begonnen! Goed zo!

En zo zat ik vrijdag op mijn sokken met mijn twee opperhoofden tesamen rond de livingtafel. De koffie geurde zoals alleen koffie dat kan, en voor de kleine honger dampte een stapel koffiekoeken tussen ons midden. (Ik vond het ook eerst vreemd dat ze dampten maar lekker waren ze wel.)
Het werk schoot lekker op, zelfs toen Poes een drietal keer aandacht nodig had en om de beurt op ieders laptop ging zitten. Alles liep gesmeerd. En toen had Zapnimf aandacht nodig.

Eerst schuifelde ze onopvallend door het beeld, en deed iets heel vaags met haar handen. Het resultaat bleef uit. Daarna begon ze heel, maar dan ook heel heel hard te tokkelen op de PC even verder in de woonkamer. Tikketikketikke TIKTIKTIK. TIKKETIKKETIK.
Tot het getik werd onderbroken door de vlakbij inslaande donder. Bwoehahahahahaha. De dakpannen denderden, plavuizen dreunden, het parket krulde van komiekigheid. Bwoehahahahaha, die Margo toch! Hahahaha. De orkaan bleek een glimlachend zapnimfje te zijn.
Ik vond mijn collega’s terug onder de tafel en achter het gordijn. Ik kon ze opnieuw aan tafel lokken met een koffiekoek.

Een klein succesje voor de eega, maar het kon beter. Ze drentelde langzaam onze richting uit, en ging heel wulps rond mijn nek hangen (ik was al blij dat het rond mijn nek was).
Schiet alles goed op? Mmmm, deed ik, want wat moet je anders als iemand je oor aan het tongen is.
Goed, schatteke, maar laat ons nu even verder werken wil je, het is bijna pauze voor ons. Met een pruillip ging ze van tafel, en trok nog vlug eens stiekem aan mijn flieter. Ik hoorde allebei de cheffen in een kuchhoest schieten.

Het werd middag, we aten zelfgebakken brood met boterhammen van wel zeker drie centimeter dik (we hebben nog niet geleerd precies te snijden). Het was lekker.
We zaten op het terras, een verdwaasde eekhoorn viel uit een boom. Nog een uurtje of drie doorwerken en dan kon de Nederlandse poot van het team naar zijn vogende vergadering in Utrecht.
Zap moest nog eerst een beetje indruk op hem maken. Kijk, mijn boekenkast.
Veel Nederlandse literatuur ook, vond de Hollander. Ja hoor, wij lezen graag. Toen bedacht ik dat ik nog steeds een viertal boeken moet uitlezen over saaie werkaangelegenheden.
Die liggen op mijn nachtkastje
, beweerde ik. Dat was niet eens gelogen, daar liggen ze echt. En die lees ik dan voor ik in slaap sukkel. BOEHAHAHAHA. Lap, daar ging ze weer. Nietwaar, hij is momenteel aan het lezen in een Jommeke, al drie dagen, De Stad in de Vulkaan, boehahaha.
Waar haalt ze het? Dat is pertinent onwaar. Ik ben al drie dagen bezig in De Valse Kemel, en dat is een keimoeilijk boek. Van Jommeke.
Daarna ging ze nog even vertellen dat ik mijn bedrijfsschroothoop nooit was, dat ik thuis geen acht uur moet werken thuis, want ik ben thuis efficiënter. Ik hoorde de baas slikken.

Wanneer kom je de volgende keer nog langs op kantoor, vroeg hij?
Alleen nog als hij zijn maaltijdcheques komt ophalen, wahahahahaha, floepte ze ertussen.

Toen kwamen ons twee jongsten thuis, al ginnegappend en gabberend. MAMA, WIE ZIJN DIE TWEE BIJ MOOSE DAAR? Zijn bazen. WOOW, SEUT, ECHT?!!!!

Toen ging de telefoon, den bompa zou langskomen, om samen met mij de deurknop te herstellen, hij werkt toch thuis vandaag, niet?

Mijn directeur kon zich niet snel genoeg uit de voeten maken. Gij woont hier schoon, zei hij, en met gierende banden glibberde hij de oprit af.
Heeft iemand nog een jobke voor iets projectleidersachtig liggen. Graag in het buitenland, met inslapen.
 
16 Comments

Geplaatst door op 7 november 2011 in Heb ik dat weer

 

De Brainwave Burps

De training werd na de eerste dag geëvalueerd. Ze scoorde goed tot zeer goed, alleen de catering was minder. Niet dat de broodjes niet lekker waren of niet vers genoeg, maar er waren er gewoon veel te weinig. We waren met tien op de training: Negen cursisten en de lesgever. En niet iedereen kon twee broodjes eten.
Erger nog, Gregory en Fred hadden er zelfs helemaal geen. Die waren tijdens de middagpauze even naar beneden gelopen (sigaretje zuigen), en een kwartier later waren alle broodjes op. Er was alleen nog zure yoghurt.Dus Fred en Gregory terug naar af, naar beneden, naar de broodjeszaak aan de overkant van het plein, ondertussen allerlei lelijks verzinnend over de catering in het opleidingscentrum van het bedrijf.

Toen de evaluatie kwam, grepen ze hun kans en met de tong uit het bekkie smeerden ze Broodjeszaak “De Drie Beren” een magere twee punten aan.  Lap, dat zal ze leren!
  
Ongenoegen moet zo snel mogelijk weggenomen worden, en dus belde ik direct daarna de logistieke dienst om het volume besmeerdsel voor de volgende dag te verhogen tot aanvaardbare niveaus.
Terwijl ik mijn verzuchtingen doorgaf herinnerde ik me, vonkten de synapsen, knetterde mijn memorie, swingden mijn hersenen de pan uit, brainwavede, schoot als een bliksemflits dat ene momentje deze middag terug waarop ik dacht:
Tiens, iedereen is hier precies verdwenen en er zijn nog vier broodjes over. Laat ik er zelf maar een stuk of drie opeten, ik scheur van de honger en anders worden die toch maar weggegooid.
Burps.
Pardon.
 
5 Comments

Geplaatst door op 18 oktober 2011 in Heb ik dat weer

 

Verpieterd curriculum

Kun jij zo eens geen trainingscurriculum samenstellen, vroegen ze mij. Ja, ik wist eerst ook niet wat dat was. Een vijftal trainingen die het hele gamma afdekken, kun je dat?
Ik zou zo wel iets kunnen verzinnen, maar ik weet niet…
Fantastisch, merci!
Zo klonk het anderhalf jaar geleden.

Ik draaide een training of twee in elkaar, die geef ik regelmatig, en de rest van de ideeën raakten vergeten. De opzet verdween onder de stofnetten, vergeelde, droogde uit en verkruimelde in de namiddagzon mijner harsens.
Tot plots deze week het heuglijke nieuws: We hebben genoeg inschrijvingen voor opleiding 5. Kun je die volgende week geven?Training 5? Ik moest mijn memorie uitpersen om opnieuw te snappen waarover het ging. Je wil niet weten wat er eerst allemaal uit mijn memorie sijpelde, Witkin zou er nachtmerries van krijgen.

En wanneer willen ze die? Volgende week maandag. Volgende week maandag, zoals in, de maandag na die week waar je jezelf zo suf zal moeten werken dat een gepekelde haring in een viskom aangenamer gezelschap is dan ik? Die week ja. Die week waarin de maan vier centimeter uit haar baan zal verschuiven louter en alleen door het magnetisch veld opgeroepen door mijn gechargeerde hersenactiviteit? Yup.
Maar die opleiding bestaat nog niet!  Ik weet bijgot niet meer waarover het zou moeten gaan!!! ‘t Lukt wel, ze is verkocht.

Dus als de wereld elkaar liefheeft in het eerste zondagszonnetje van het jaar, zit ik met wallen onder de ogen een opleiding in elkaar te vijzen. Zondagavond om 21 uur snapte ik eindelijk mijn eigen slides die diezelfde morgen gemaakt had. Waaah. Nu nog alleen maar van buiten leren.

Ik peinsdige de maan uit het zwerk

Met een ei in de broek vertrok ik deze morgen om 6u15 richting Leuven, hardop mijn lesje van buiten lerend. Het lukte matig. Het ei werd gekookt ei.

De leerlingen vielen mee: een gesjeesde databank administrator, een lesgever, die eens kwam kijken of hij in zijn les niet teveel onzin verkocht als hij over mijn onderwerp leuterde (echt waar!), een jonge ingenieur met zijn eigen bedrijfje en een stem om beren mee te villen en ambtenaar die niet zo genoemd wilde worden, maar het dubbel en dwars was. Vier man. Vier man, voor heel mijn week-end. Godver.
Ik begon met hen een verkennend gesprekje en het bleek dat ze eerder opleiding 2 wilden dan 5.
Die ik dan maar uit de losse pols heb gegeven. Nogmeergodverdegodverdegodver.

Moge de verkoper mijner opleiding deze week onzacht in aanraking komen met een aambeeld.
En dat moet lukken want ik heb er nog eentje liggen. Nah.
 
5 Comments

Geplaatst door op 26 september 2011 in Heb ik dat weer

 

O wat gaat het weer lekker vandaag

beetje druk de laatste dagen

 
4 Comments

Geplaatst door op 20 september 2011 in Heb ik dat weer, Uncategorized

 

De nietsvermoedende diepzeeduiker

Somtijds kom ik beroepshalve op plekken waar ze me gekostumeerd verwachten. Gekostumeerd betekent in dit geval niet verkleed als Mega Mindy. Pas op, als ik me opdirk als Mega Mindy mag ik best gezien worden. Laatst was ik nog op zo’n te gek kostuumdrama en ik kon Bumba nauwelijks van mijn lijf houden. Maar we wijken af.
Soms verwachten ze me dus in pak. Met geblonken schoentjes, glad geschoren, haartjes in de plooi en een drup odeklonje achter de oren. Ze verwachten, schreef ik, en die ‘ze’ durft nogal eens af te wisselen. Vaak zijn ‘ze’ een klant. Soms zijn ‘ze’ mijn directeur. Zoals laatst.

Ik had een afspraak met Pascalleke. Pascalleke is Canadese en ze werkt voor de Europese Commissie. Omdat ik daar wel eens iets voor doe, probeer ik zo om de twee weken even binnen te wippen om haar een stand van zaken te geven. Of te vragen.
We kennen elkaar goed en de contacten lopen informeel. Dat gaat al een tijdje zo, maar deze keer had mijn overste door dat ik erheen ging in jeans en iet of wat versleten schoenen. Onder versleten schoenen valt te begrijpen: er zitten gaten in. Ook langsboven. Geen zicht, maar ze zitten zo lekker.
Dat kon dus niet, werd ik terechtgewezen, als je voor de Europese Commissie werkt moet je in tweedelig pak zijn. Je weet nooit wie je allemaal tegenkomt. Ergens kon ik hem daar wel in volgen.

Dus wij (Moose en Zap, dat jullie niet denken dat Pascalleke veel inspraak heeft in mijn vestimentaire keuzes, zo close zijn we niet en zo wil ik het ook houden) naar de Brantano. De Brantano is een schoenenmagazijn. Je kunt er schoenen kopen. Je kunt er hardop zingen.Je kunt er keet schoppen. Maar wij wouden er schoenen kopen.
Er is weinig wat wij zo haten als schoenen kopen. Of het moest broeken kopen zijn. Of naakt aan een cactus gebonden in de blakerende zon voor drieduizend hete homo’s I want your sex kazoo’en. Euh neen dat laatste is erover. Schoenen kopen is erger.

De dieven opereerden op kousenvoeten

Schoenen kopen moet bij mij dus donders efficiënt gaan, of ik bezwijk. Gelukkig lukt dat meestal wel: in lichte draf naar de herenschoenen, we gaan rechtstreeks naar de geklede schoen maat 46. Dat zijn zeven modellen. Daarvan zijn er twee te smal, twee te lelijk en twee te duur. Het paar dat overblijft wordt gepast en terug in de doos gefrommeld. In lichte looppas terug. Betalen, en klaar. Uitge-put en mergeld zijg ik ten gronde. Maar ik leef nog. En ik kan er weer tegen voor een viertal jaar.

Dat betekent nu niet dat ik mijn oude schoenen weggooi, neen, die blijven nu nog in gebruik tot de eerstvolgende keer dat ze echt niet meer kunnen. Dat was vandaag.

Pascalleke was met verlof, maar ik moest elders, voor een andere klant een contractje getekend krijgen. Apenpakje aan, haartjes nat, pssccht pssccht onder de oksels en de blinkende nieuwe schoenen aan. Ik voelde me de man van 6 miljoen. Met de bionische schoen.

De baas was er ook, en nog een derde collega. Zo fier als een gieter stapte ik uit de wagen, op het grindpad, over de kokosmat, via het vast tapijt tot aan de lift, op de enkeldikke mat in de lift naar de vijfde verdieping, daar stond onze contactpersoon ons op te wachten, een glimmende Hollander, we stapten uit de lift op het parket, we schudden handjes, we liepen over de plankenvloer naar de koffieautomaat tot aan de grote grijze tegels van het keukentje en daar zeiden mijn schoenen. Iepe-iepe-iepe. Niet zomaar iepe-iepe-iepe, neen het was meer IEPE IEPE IEPE. Of beter nog:

Zes hoofden draaiden zich om. En dat van de Hollander. En dat van mijn chef. En dat van de derde collega. Ai. Ik probeerde me er met een grapje van af te maken. Het was niet grappig. En toen moesten we de refter door naar de andere kant van het gebouw. Iepe Iepe Iepe (maal honderdduizend).

Was ik maar diepzeeduiker.

 
10 Comments

Geplaatst door op 7 september 2011 in Heb ik dat weer

 

Dertig jaar Didier in de pissijn

Iedere jongen die door zijn lager onderwijs gesukkeld is, herkent onderstaand zinnetje zeker.

- Meester, meester, den Didier heeft mijn boterhammen in de pissijn gesmeten!

Met pissijn wordt hier dan niet het zwembad bedoeld, maar wel het wit hangtoiletje voor de kleine boodschap. Zo’n soort toiletje dat je na je lagere school nooit meer teruggezien hebt, tot je 16 werd en je met je zatte botten op café je behoefte in zo’n mini-pissijntje deed -wat hangt dat spel hier laag- en je daarna merkte dat je in de lavabo aan het zeiken was. Zo’n pissijntje dus.
Maar we wijken af.
Didier

Lijpig koppie

Didier

en geniepige varkensoogjes

                                                                                                                                                                                                                                                                                                Den Didier dus. Altijd den Didier, iedere Didier heeft een kop alsof hij vroeger boterhammen in de pissijn gooide. Ga maar na in je kennissenkring: een wat lijpig koppie met geniepige varkensoogjes. Je zult je geen Didier meer kunnen voorstellen zonder een verschraald pisluchtje eromheen. Is niet erg. Moesten ze maar geen Didier geworden zijn.

- Meester, meester, Didier heeft mijn boterhammen in de pissijn gesmeten!
- Dat is niet waar meester, dat heeft hij zelf gedaan!

En zo ging het verder. Heelder generaties jongens zijn opgegroeid met dit jeugdtrauma.
Bij mij is het zeventwintig jaar geleden en toch sprong die scène me daarstraks op het werk weer voor de geest.

De aanleiding was volgend tafereeltje. Ook een bekende bij de meeste mannen.
Je hebt een belangrijke vergadering. Of toch minstens een vergadering waarvan de baas vindt dat ze belangrijk is. Je moet dringend plassen, maar omdat ze ‘hooguit’ een kwartiertje gaat duren, kan het nog net. Stom. Natuurlijk loopt ze uit (pun not intended).
Als na veertig minuten het overleg eindelijk afgelopen is, spurt je o-benend naar het toilet. Voor de pissijn frutsel en frutsel je aan je broek die natuurlijk net die ene coole jeans is zonder rits maar met knopen. Het dreigt te druppelen, grrrr, om het vooruit te laten gaan heb je je twee handen nodig, je klemt je analyse document en je rood pennetje tussen je tanden, ja open!, en laat uit-ein-de-lijk het vloeibare goud lopen.
Zeer bekend gegeven. Stukken beter dan sex. Alle mannen kennen dit, maar toegeven ho maar.

Nog steeds in halve extase, zie je een collega achter je ook het toilet binnenlopen.
- Ha zie, de Moose. 
- Yow Didier! 

Het pennetje in je muil verschuift, je probeert het nog tegen te houden met je tong, wat ook lukt. Helaas daardoor verlies je de klemkracht van je lippen en je ziet je analyse tergend traag neerdwarrelen in de pissijn. Geen handen om ze tegen te houden, geen mogelijkheid om je straal te stoppen. De rode inkt vermengt zich als de betere aquarel met het water.

Laat dat laatste aub voor andere mannen ook een bekend tafereeltje zijn. Toe?
 
5 Comments

Geplaatst door op 29 augustus 2011 in Heb ik dat weer

 

Trooster in tijden van nood – Mijn vriend de glasbak

Een doffe zondagochtend. Je wordt wakker van je eigen stinkende adem. Of was het van de gruizige pijn in je kop? Je moet nadenken waar je bent. Het antwoord is even voordehandliggend als verontrustend: in je eigen bed. Niks is erger dan wakker worden van je eigen stinkende adem. Tenzij misschien van de stinkende adem van iemand anders. En die is er ook. Bah. De zondagochtenden na een feestje, met hun geur van verschraalde sigaretten en craquele hersenschors.

Dat was vroeger zo en het is nog altijd zo. Alleen roken we niet meer en drinken we niet meer. En het feestje was een middagbrunch met allemaal jolige juffen en malle meesters. Vooral juffen dan. Tegen zeven uur ‘s avonds was de laatste naar huis. We zijn het feesten verleerd.

Met de moed der wanhoop sleep ik mij naar beneden. Een verkwikkend ontbijt is geen optie. Terwijl vroeger tripples, whisky en wijn voor de ontregelde maag zorgden, dan zijn dat nu hectoliters macaberzwarte teerkoffie. Terwijl dat vroeger grauwe pita’s en verlepte frieten waren, zijn dat nu suikerbommen: negen koffiekoeken, industriële hoeveelheden slagroomtaart, rabarberkeek, of pistolets met goei boter en oude franse kaas. De maag is er even erg door van streek. Een ontbijtje hoeft nu even niet.
mijne trouwe compagnon de route

Broken Glass Hero

De meeste rommel is gisteren al opgeruimd door het veel te opgeruimde lerarenkorps. (Gelukkig ken ik een trukje om te vrolijke leraren te dempen. Gewoon “Pascal Smet” zeggen en je boort meteen een niet te spuien geiser van schamperijen aan, ha!).

Ik besluit de dag te beginnen met een tripje naar de glasbak, die staat bij ons om de hoek. Het is een goede ochtendwandeling. Frisse neus halen. Met twee boemvolle bakken glas op de bolderkar naar het groene buikige gevaarte. De vogeltjes fluiten, die in mijn hoofd luider dan die daar buiten, maar toch, het zijn al weer vogeltjes en geen Stihl-kantmaaiers meer.

Het weerzien met mijn goede oude vriend heeft iets hartelijks: Iese, daose, daar is ‘em sie, mijne maat de glasbak. Ik hou van glasbakken. Altijd al gehad. Ze hebben iets troostvols over zich heen, dat gezellig groene bolle.
Alles eraan straalt degelijke rust uit. Een glasbak heeft iets van een knipoog van een gezellige nonkel. Het speleffect doet er ook aan mee: de juiste kleur fles in het juiste gaatje. Vertier voor de simpele mens. Ik ben een simpele mens. Het is ook altijd spannend om te horen of de bak goed  vol is en juist heel erg hollerig leeg.Ik begin met de Cava-flessen, o ja, da’s waar, Nele heeft gisteren getrakteerd, het was haar verjaardag. Er zijn ook nog wat champagneflessen, dat was inderdaad ook lekkere. Er liggen ook nog wat gin-flessen en Blue Curaçao-glazen tussen, daar kan een nijdig cocktailtje van gemaakt worden. De volgende is een whisky-fles, voor bij de koffie. En dan nog een voor na de koffie. Dan nog een zestal wijnflessen, voor toen het nog gezellig werd na de koffie. Er zijn zelfs twee Westmalle flesjes tussengesukkeld van tijdens het opruimen. Die gaan terug mee voor het statie-geld.

Het gaat al weer een beetje beter met mij.
Feestjes op koffie, ze zijn niet te onderschatten.
 
3 Comments

Geplaatst door op 28 augustus 2011 in Heb ik dat weer

 

Omdat ik zwemmen nog meer haat

Zo stijf als een stuk gevriesdroogd marmer ben ik. Mijn linkerknie speelt op en ik heb braakneigingen. Kletsnat van het zweet ook nog eens. Hoe fijn.
De hartkloppingen zijn ondertussen over. Of beter, ze zijn terug, gelukkig maar. Je moet op hartslag trainen zeggen ze. Laat ze mij maar eens uitleggen hoe je dat doet: Mijn hartslag gaat binnen de minuut van 70 naar 220 om daarna terug te vallen op 0. Pfff.

Wie gaat er nu lopen voor zijn plezier? Een mens snapt het niet.
Je krijgt er een runner’s high van, zeggen ze. Runner’s high, mijn oor. Ik wordt higherderder van een kopje T. En een joint kost den dag van vandaag ook al zoveel niet meer. Runner’s high. Van de prijs van een paar loopschoenen kan ik mij makkelijk een gezinsportie cocaine scoren in de Seefhoek.

Je krijgt er een betere doorbloeding van, zeggen ze. Maar waarom zou ik in godsnaam een betere doorbloeding willen? Een rode kop ja, als dat staat voor betere doorbloeding, dat krijg ik.
Een keer herinner ik me een betere doorbloeding na het lopen en dat was toen ik van de Kemmelberg naar beneden stuikte en mijn benen niet meer kon volgen. Ik knalde met mijn kop tegen een boom, en mijn neus bleef minutenlang doorbloeden. Negen was ik, en ik weet het nog steeds. Niet in het minst omdat mijn vader die stoot blijft vertellen op ieder familiefeestje: “En in plaats van zich te laten vallen, liep hij tegen een boom. Hij is zeker een minuut buiten westen geweest. Hahahaha.” Ik apprecieer de humor van die man maar matig. Ik had verdorie morsdood kunnen zijn.

Maar we waren aan het lopen, waar is het nog goed voor?
Volgens de Flanders Atletiekclub is joggen is een van de beste manieren om te ontspannen, het neemt de stress weg. Als ik nog maar naar mijn loopschoenen kijk, word ik al kwaad. Qua stressbestrijding kan dat wel tellen. Humpf. En wat is er mis met de Vlaanderen atletiek club? He he.

Lopen is een manier om aan sport te doen in de natuur. Da’s wel waar. Ik heb me daarstraks vastgelopen in een moeras. Maak je niet alle dagen mee, geef toe. Mag ik nu nog drie kwartier de modder van mijn schoenen afschrapen. EN HET GAAT ER NIET AF ; HET BLIJFT TUSSEN DIE RIBBELTJES KLEVEN. Precies plakkerige poedelpoep. Maar dan stinkender, bah.  Zie je wel, ik hoef maar naar die schoenen te kijken en ik ben weeral helemaal opgefokt.

vastgelopen in de modder

...ik heb me daarstraks vastgelopen in een moeras...


Lopen geeft positieve energie. Welke zweefteef heeft dat in godsnaam verzonnen? Wie ook maar tot zijn zesde naar school geweest is, weet dat je geen energie krijgt door energie te verbruiken ; de loper als perpetuum mobile. Ik doecht het effenaf niet®.
Maar maar! Lopen is precies als met een hamer op je vingers kloppen, of in te kleine schoenen wandelen. Het doet zeer veel zeer, maar daarna, daarna!, als de pijn voorbij is, is de opluchting des te groter. Je wringt je uit je looptenu en stapt onder een lauwwarme douche tot je loom wordt en je heerlijk voelt.
Toen ik in de douche stapte wist ik het weer. Dat moest ik vanavond nog doen: ervoor zorgen dat de douche opnieuw doorloopt. Een mens zou ervan gaan lopen.

® Disfunctionele Huisvrouw

 
14 Comments

Geplaatst door op 16 augustus 2011 in Heb ik dat weer

 
 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.