RSS

Rigor Mortis

Lijkstijfheid of Rigor Mortis is het verstijven van het lichaam na het overlijden.
Na het overlijden wordt het lichaam koud en vanaf zo’n twee tot zes uur na de dood verstijven de spieren, vermoedelijk doordat de actine en myosine filamenten van de spier in elkaar schuiven.
De rigor mortis begint bij de oogleden, kaak en nek en breidt zich dan binnen zes uur langzaam verder uit over alle lichaamsdelen.

In tegenstelling tot wat de meesten denken, zal rigor mortis bij een hogere omgevingstemperatuur sneller optreden dan in geval van koude. Dat komt doordat de onderliggende chemische reactie bij hogere temperatuur spoediger optreedt.

Afhankelijk van de omgevingstemperatuur houdt de rigor mortis één tot drieënhalve dag aan.
Vrijwel direct na het overlijden verandert het lichaam van kleur. Omdat het hart het bloed niet meer rondpompt, trekt het bloed weg uit de huid. Hierdoor wordt de huid vaalbleek en slap. Ook zakt het bloed naar de laagst gelegen lichaamsdelen, in rugligging de billen en de rug. Op de plekken waar het bloed zich verzamelt, ontstaan paarse lijkvlekken (Livor Mortis). Medicijnen kunnen die verkleuring versnellen.

Voilà.
Omdat ik lijkstijfheid een leuk woord vind.


 
17 Comments

Geplaatst door op 20 februari 2012 in We doen aan cultuur

 

Reetjes

Belach’lijke deadlines
Onhoudbare druk
Niemand die luistert
Interesse? Geen fuck!

Leugens, verdraaiingen
‘t houdt echt niet op
Iedereen dekking
Te laat, jij krijgt klop

Loser, en nietsnut
‘t Vliegt over en weer
Mails vol verwijt
en niks geen verweer

Het is niet de waarheid
Dat heeft geen belang
hou ‘k hier mijn postje
Daarvan zijn ze bang

Slaap’loze nachten,
en baden in ‘t zweet
met gruizige slaapkop
en jeuk aan de reet

Kapotte ochtend
en toch maar op weg
Zestien uren pezen
voor brood met beleg

Ijspegels wegkrabben
de motor start toch
Kom maar kom maar
Zestig kilometer nog

Je remt net op tijd!
Ogen verschrikt en zo groot
Twee reetje op straat
Ze springen naar morgen
verdwijnen in de sloot.

Er is zoveel schoonheid:
Tederheid, liefde en al wat mooi kan zijn.
Soms is het zo mooi, dat je de rijm vergeet.
Sneeuwvlokjes, ijsbloemen, nietsvermoedende reetjes.
Als je er maar de tijd voor neemt.  En vooral niet vergeet wat echt belangrijk is:
De vriendin is fantastisch, de gezondheid goed, op een verkoudheid na, maar zelfs die kriebelhoest klinkt     grappig.

 
Al dat geëmmer, gemelk en gedoe,
twijfels tot je vergeet
‘t leven is mooi
dat ze roesten aan mijn reet.

 
11 Comments

Geplaatst door op 10 februari 2012 in Bevroren tijd

 

Een pijltje aquamarijn

Ik zag het de gracht uitschieten, een pijltje aquamarijn met vleugels. Fswiet, fswiet fswiet. Het zoefde naar een volgende gracht en verdween tussen het groen.
Nog nooit had ik er eentje gezien in het echt, de Vlaamse paradijsvogel bij uitstek: het ijsvogeltje. Ik was natuurlijk honderd jaar te laat met mijn fototoestel.
Het flitsende fluitertje was zelfs zo fluks dat eega Zap het niet eens gezien had. En mij met een blik van ‘mij ga je niet vangen- aanloensde.

Maar ik bleef enthousiast vertellen over de anderhalve seconde vogel die ik zonet gespot had, en ze helde stilletjesover naar geloof. Ik sloop naderbij, naderbij de plek waar ik the Kingfisher, wat een heerlijke naam in het Engels, laatst had zien verdwijnen. Toen ik er bijna was en de gluiperd nog niet zag, begon ik als een emoe met de slappe kak op en neer te springen en met wiekende armen, kra kra kra te roepen. Martin-Pêcheur, nog zo’n prachtige naam in het Frans, vloog op en snelde een derde gracht door, en dan een struik in. Weg.

Heb je het nu gezien, heb je het nu gezien!
Wat?

Sommige mensen willen echt niet.
Maar kom, ze blijft mijn Bird of Paradise.

 
8 Comments

Geplaatst door op 16 januari 2012 in Een streepje natuur, Uncategorized

 

De nieuwe ex-collega

De nieuwe voelt zich meteen thuis. Hij is dan ook goed, en heeft bakken ervaring. Overal heeft hij alles veranderd, overal was hij de beste. En nu komt hij ons vervoegen.

Hij trekt zijn sigaret in twee teugen op, en gooit de peuk nonchalant in de asbak. Waar moeten we zijn voor het nieuwsjaarsetentje?
Ik rijd hem voor naar het restaurant, we zitten schuin tegenover elkaar. Hij voert het hoge woord, maar veel diepte hoor ik niet. Een vijftal uur later staan we samen buiten op de pui. Hoe hij ons bedrijf vindt? Goed zeker, beetje braaf, beschaafd eigenlijk, hij houdt meer van actie. In de drank vliegen met collega’s, en daarna nog uitgaan met de bende, zo van die dingen. Niet zozeer een receptie en dan op restaurant, neen.

We vertrekken ongeveer gelijktijdig. Aan de verkeerlichten tien kilometer verderop zie ik zijn Mercedes’je. Ik herken het aan de blauwe mindervaliden sticker linksonder op de achterruit. Niet dat hij iets mankeert, maar die sticker heeft hij ooit ergens achterover kunnen drukken. Scheelt hem nogal wat qua zoeken naar parkeerplaats. Aanrader, moet je zeker ook doen, zo’n sticker kleven.

Ik ga achter hem staan. Dan gaat zijn raampje open. Het lege pakje Marlboro maakt een mooie scheervlucht en belandt midden op de snelweg. Het licht sprint op groen, en hij scheurt er vandoor. Ik denk niet dat hij mij herkend heeft.

Hij wordt mijn nieuwe ex-collega.
(wordt vermoedelijk wel vervolgd)

 
12 Comments

Geplaatst door op 15 januari 2012 in Vriesvonk

 

Hoe je behelpen in tijden van schaarste: Noord-Korea

Noord-Korea is communistisch en niet zo rijk.
In Noord-Korea zijn de mensen zelfs zo arm dat ze hun haar moeten delen.

 
9 Comments

Geplaatst door op 2 januari 2012 in Uncategorized

 

Kerststressen, en alle poezen leven nog!

Kerststressen, we zijn er dit jaar gespaard van gebleven. Oef.
Geen ge-ren, geen laatste minuut koopjes, geen aanschuiven in rijen ongeduldige, overgeparfumeerde koopkippen (m/v). Geen warmteschok van -3 buiten naar de +28 graden Celsius in de bomvolle Blokkers, Casa’s en ander Habitatten. Geen Gejengle Bells noch versuikerde Careykloonen die alleen mij willen voor Kerstmis. Nikske van dit alles dit jaar.

De kinderen vierden bij hun papa en we hebben ruzie gezocht met al onze vrienden. Heerlijk. Zo hadden we op kerstavond helemaal niks aan de hand.
We moesten gewoon even binnenwippen in de Colruyt om een paar noodzakelijkheden om het w-e door te komen: kattenzand, WC-papier, deo en omdat we er toch waren: cottage cheese. Dat is van die natte brokken kaas, iets tussen ziekelijke yoghurt en een zeldzaam soort witte rubber. Maar zij eet dat nu eenmaal graag.

Er was omzeggens niemand in de Colruyt. En dat op vrijdag 23 december om half negen. Il faut le faire. Het leven lachte ons toe. 2012 wordt een bom. Het kan nu al niet meer stuk. De cottage cheese vonden we meteen, de deo’s vormden ook niet zo’n probleem. Bij het kattenbakzand verrekte ik mijn oksel. Ja, ik weet ook niet hoe dat kan, maar het gebeurde wel. Zo erg was dat niet, ik gebruik die oksel toch voornamelijk om uit te stinken. En daar was dan die deo voor. Moehaha.

Nu nog het toiletpapier. Koning, keizer, admiraal: Popla kennen ze allemaal. Verder dan adelborst ben ik nooit geraakt en da’s niet genoeg om admiraal noch royaal te zijn, Popla werd het alvast niet. Het is moeilijk kiezen. In het grootwarenhuis hebben ze 53 soorten (ruwe schatting): eenlagig (voor bezoekers met stinkende vingers), tweelagig, drielagig, vierlagig (isolatiepremie zonet afgeschaft), gewatteerd, geparfumeerd (Bea, uw gat riekt naar rozen. Merci Marcel), bedrukt met eurobriefjes, bedrukt met hartjes, in het roze, in het blauw, met luchtkussentjes (zoals in noppenplastiek: kun je noppen ploppen op de pot tijdens de prot), met een touch van schuurpapier (voor de zeebonken onder ons die gewoon zijn hun achterste af te vegen met platte pladijs), makkelijk oplosbare of proppenrollend in je afwateringssysteem, waar je maanden later nog veel plezier uit kan puren met de potontstopper. Of gewoon zielig karakterloos.

Wij kiezen meestal het goedkoopste dat toch nog zacht genoeg is. Het uitverkorene bleek te getuigen van een diepgeworteld HupHollandHup-gevoel. ‘t Was oranje.
Zap begon de kar in te laden: pak 1, pak 2, pak 3 tot haar oog viel op de prijzen: Hey, dat oranje bestaat in twee prijzen: ziemaar hier. Ze wijst met haar overigens zeer mooie wijsvinger naar de prijs onder de pakken oranjegevoel. Inderdaad, een prijsverschil van een achttal centen voor hetzelfde WC-papier. Ze kijkt het nog na, en vindt geen verschillen op de pakken. De linkse negen rollen zijn gescheten hetzelfde als de rechtse negen rollen. Ze voelt haar meteen gerold. Daar gaat de Kerstsfeer. Gelukkig is er dan een man nodig om erop te wijzen dat de prijzen uitgedrukt waren in liter. En dat het vermoedelijk ging om de prijs van de blikjes Schweppes in vergelijking met de prijs van de blikjes Cola, die broederlijk naast mekaar stonden onder het toiletpapier. Crisis afgewend.

Een vrolijke meid in blauwe overall komt ons erop wijzen dat de winkeltijd erop zit. Een vrolijke jongeman bedient ons uiterst vriendelijk aan de kassa. Ook als wij met een onmogelijke combinatie komen van maaltijdcheques, Colruytkaart, koperen kleingeld, kleine coupure briefjes en nog eens honderd euro cash willen opnemen bij zijn kassa. Het gaat allemaal zonder problemen met de glimlach. In een opperbeste stemming rijden we de parking af en een poes dood.

Dat van die poes is niet waar maar anders had ik geen prangend einde.

 
15 Comments

Geplaatst door op 26 december 2011 in Bevroren tijd

 

Kwien

Bye Sukkel! Bye Sukkel!
Onze jongste zap loopt roepend door huis.
Bye Sukkel!

Van Sinterklaas op papa’s werk kreeg ze een MP4-spelertje, en nu bobbelt ze al de hele morgen het huis door met dat ding in haar oren. Dan doet (het werkwoord zingen is hier echt niet gepast) ze mee met de muziek.
En nu is dat dus Bye Sukkel van Queen.

 

 

 
13 Comments

Geplaatst door op 18 december 2011 in Uncategorized

 

Geurig vrijdagsritueel

Wij hebben een kersenpittenkussentje. Zij in het gezin met de grootste oren* kan dat niet uitspreken. Zij zegt steevast persenkittenpussentje. Ik vind dat leuk.
Dat persenkittenpussentje of dat kersenpittenkussentje, naargelang de eigenaar van de koude voet, wordt warm gemaakt in de microgolfoven. Twee en een halve minuut zachtjes tollen en dan is het klaar.
Omdat de kinderen al graag eens een pizza op de crispplaat bakken, en de poetsvrouw daar niet komt, rieken onze voeten elke vrijdag nu telkens naar pizza Margharita.
Heel soms, als de zoon lekker raar doet, naar curryworst.
En dan zijn wij gelukkig. Stinkend, maar gelukkig.
Voilà. Meer moet dat niet zijn.

* – Heeft Zap dan zo’n grote oren? Jawel.
  – Dat was me nog niet opgevallen! Toch toch, eens goed op letten de volgende keer.

 
15 Comments

Geplaatst door op 17 december 2011 in Uncategorized

 

Zeventien jaar terug in de tijd

Ze hadden mij nog zo gewaarschuwd voor het verkeer: Brussel-Leuven, het is niet te doen op dat uur, en zeker niet als je dan ook nog in het hartje van de binnenstad moet zijn. Nu ja, in het hartje, in de “triple twee” als je het op een dartsbord zou prikken. Google maps rekende voor dat het op 26 minuten kon, en dus voorzag ik 26 minuten maal 3. Ik was er dan ook 2 keer 26 minuten te vroeg.

De receptiemadam, een jonge juffer met mopsneus, kon me niet verder helpen, zij wist ook niet in welk lokaal ik les moest geven. Maar de jonge juffer zonder mopsneus (een zwaar accident bij het kettingzaagjongleren) wist dat wel, alleen kwam die pas over 26 minuten. In tussentijd kon ik gerust plaatsnemen in de kantine, en iets drinken. Er waren automaten met allerlei plakkerigs in blikjes, maar er was ook de bar, waar je echt bier en echte wijn kon krijgen. Nou.

Ik daarheen, wat moest ik anders?
De automaten werkten op geldstukken en die lagen in de auto.
De kantine werkte op proton en dat lag in mijn verleden.
Ik wist niet eens dat dat nog bestond. Mijn laatste betaling met proton moet geweest zijn in -ik gok maar even hoor- 1969, bij de aankoop van mijn eerste Opel Kadett, een schone rooie met duitse nummerplaten.

een schone rooie met duitse nummerplaten

Het werd dus met droge keel rondgapen naar mijn medekantinezen, voornamelijk nog-net-niet-mans-jongens van 19, 20, het studentikoze type quoi. Wat niet zo verwonderlijk was, want ik zat in de refter van Hoge School Groep T. De ex-pubers dronken zonder uitzondering Duvel. Ik voelde mijn keel verzanden.
Mmmtepteptep aaaah. Mmmtepteptep aaaah.

Eigenlijk vond ik het wel amusant, hun praat zo’n beetje volgend. Hun stemmen net iets zwaarder dan dat ze van nature zijn, en vrolijk intelligent willen doen. Ik herkende de mezelf van vijftien jaar geleden erin. Alleen dronk ik toen geen Duvel, neuhneuhneuh. Deze jongen dronk toen wijn, jawel. (‘t was goedkoper – 79 frank voor een fles Minervois). Het Duvel drinken ging bij hen ook niet zo goed. Althans, de manier waarop ze hun glas vasthielden had toch iets knulligs vond ik. Tegen het eerste jaar master zou dat wel in orde komen. De school is er om te leren.

Toen liep door het beeld een dametje met hoge hakken, een gebreide vier keer te grote trui en een saccoche met veel te lang hengsel. Die moest ik volgen. Want ze had geen neus.
Het lokaal waar ik moest zijn was 11.02. Dat was de draaitrap op, vijf windingen naar boven en daar dan de aula in de hoek. Ik kreeg er ook een sleutel bij, want misschien was de deur wel op slot.

Vijf windingen naar boven en daar dan de aula in de hoek

Ik tjaffelde naar boven, voelde aan de deur en tuimelde de aula binnen. Waar ik meteen de blikken op mij kreeg van vijftig studenten en een prof wiskunde. Zo een echte, met een door merg en been snijdende stem en een grijsbruinblond page kapsel, een vrouw. Toen het licht even veranderde zag ik dat het eerder blondbruingrijs was. Ik noteerde het, je weet nooit dat ik hier nog een blogstukje over schrijf. Ik vroeg of ik nog een halfuurtje mee mocht volgen -dat mocht- en ik toetste of ik nog kon volgen. Matrixen en vectoren, determinanten en afgeleiden, daar was ik vroeger goed in!
Geen fluit wist ik er nog van. De school is er om te leren, maar trop is teveel. Een mens zou er verduveld dorst van krijgen. Maar ja, dat ging dan weer niet.

Wat me ook meteen opviel: ze schreven daar nog met krijt, zoals in de jaren tachtig! Cool! Echt krijt. In kleurtjes! Meteen besloot ik mijn slides overboord te gooien en alles op het bord te tekenen. Joepie. Krijt. (Jahoor, ik ben een groot klein kind, en dan?). Zesentwintig minuten later had ik hoofdpijn en was de wiskundeles voorbij. Haar publiek stroomde naar buiten, en mijn publiek slenterde naar binnen. Ik haastte me naar de krijtjes. Meteen had ik een veeg op mijn trui, maar ik veegde daar lekker mijn trui aan. Of zoiets.

Was ik me daar op dreef zeg!

Ik heette de studenten welkom, stelde mezelf voor, veegde het bord af, en het opstuivend stof bezorgde me meteen een kriebelkramphoest.
Kan ik je wat water aanbieden? vroeg er eentje op de eerste rij. Een Duvel liever, krochelde ik. Maar dat verwaaide in een hoestbui en niemand verstond het.

En zo ben ik toch aan water geraakt, zonder proton noch geldbuidel.
De school is er om te leren.

 
23 Comments

Geplaatst door op 13 december 2011 in Bevroren tijd

 

Toen liedjes nog moesten rijmen

En dansers niet synchroon moesten dansen.
Heerlijk heerlijk: Nino Ferrer met Le Téléfon

Gaston,

il y a l’téléfon qui son
et il y a jamais person
qui y répond

Non (x 23).

 
13 Comments

Geplaatst door op 9 december 2011 in Bevroren tijd, We doen aan cultuur

 
 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.